M/V

‘Vlaanderen is klaar voor een F-cup.” Deze taaldaad – vaststelling en bevel in één – prijkte op de cover van een mannenglossy. Zo’n klootloos blad waarin vrouwen in bikini’s gekleed gaan, zodat de al even klootloze aankoper ervan het blad mag laten rondslingeren van vriendinlief.

De bron van deze mededeling is mevrouw Lesley-Ann Poppe, een presentatrice die er een erezaak van maakt net niet topless haar werk te doen. Vragen over de natuurlijke staat van haar boezem beantwoordt ze ontwijkend. Het recht op privacy is daarbij haar verdediging.

Hoewel Poppes carrière – een achternaam waar een romancier zich niet aan zou wagen gezien haar uiterlijk van geperverteerde ingénue – voor-spoedig verloopt, bewijst haar succes net het tegendeel van haar opmerking. Als Vlaanderen inderdaad volwassen genoeg was voor de omgang met haar diepe decolleté, was ze allicht nooit opgevallen. Want naar haar moet vooral gekeken worden. Haar meidengroep B-A-B-E hield het slechts een paar maanden vol dankzij teksten als ‘Ietsie bitsie boe, geef maar lekker toe’ en danspasjes die een tv-commentator omschreef als stervensbegeleiding voor zatlappen.

Als flinke boezems en diep uitgesneden kledij even neutraal zouden zijn als stropdassen of dubbele kinnen, zou de wereld niet geïnteresseerd zijn in Poppe, Anderson of zelfs Bellucci. Maar er zou ook flink wat minder ruis op de lijn Venus-Mars zitten. Toen een vriendin foto’s moest laten maken voor in een programmaboekje, vroeg ze me of ze niet te veel cleavage liet zien. “Niet genoeg,” zei ik. Dat viel niet goed. Eerlijkheid wordt overgewaardeerd, leerde ik weer.

Die vriendin leek daarin op de Canadese politica die in september de media haalde omdat ze haar boezemsleuf had laten wegwissen van haar staatsieportret. Dat een jonge volksvertegenwoordiger zich wil laten voorstaan op haar verwezenlijkingen in plaats van haar volume is begrijpelijk. Maar wie de foto’s vergelijkt, vermoedt eerder preutsheid dan emancipatie. Wie met een Europese blik naar de beelden kijkt, kan alleen maar verbijsterd staan.


Of het nu om cafébezoek, een netwerkborrel of een toespraak gaat, ik snap dat je als vrouw niet wil kleven van het ooggeil als je thuiskomt. Die push-up en V-hals dragen ze wel een keer als de oorlogskleuren vereist zijn. Een feministisch essayiste schreef dat als borsten konden praten, ze grappen zouden vertellen. Volgens haar hangen ze er zo bij om te behagen, te lokken en te pronken. Voor het voeden van kinderen is slechts een derde van hun omvang nodig. Kijk maar naar de mensapenvrouwtjes.

Moet het ons dan droef stemmen dat mannen niet wat hoger kunnen kijken en blijven hangen in het seksuele prikkeldraad? Ja, zullen zij antwoorden die streven naar absolute gelijkwaardigheid. Het antwoord van Poppe en de haren weten we al.

Thomas Blondeau