Snijden voor groei

Het regent voorspellingen en ramingen van De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau (CPB), en het lijkt erop dat het kabinet miljarden extra zal moeten bezuinigen wil het zijn eigen tekortdoelstellingen voor 2015 halen. Het zou gaan om miljarden, wel zo’n vijf tot tien.

Pas in februari, wanneer het CPB zijn definitieve prognoses bekend heeft gemaakt, zal het kabinet besluiten nemen. Zo koopt het tijd. Ondertussen worden de geesten rijp gemaakt met opmerkingen als die van vicepremier Maxime Verhagen, die stelde dat ‘niets meer heilig’ is als nieuwe bezuinigingen nodig blijken. Zelfs de hypotheekrenteaftrek niet, zo lezen we tussen de regels door.

Extra bezuinigen. Kan dat dan? En zo ja: waarop?

Het antwoord hangt nogal af van de persoon aan wie je de vraag stelt. Een psycholoog, een econoom en een kiezer komen allemaal tot volstrekt andere conclusies.

De psychologie kwam een aantal weken geleden op deze plek aan de orde. Ik betoogde toen dat mensen niet van elke bezuiniging ongelukkiger worden. Een slechtere gezondheid en werkloosheid doen een mens geen goed, maar minder koopkracht kunnen we beter aan dan we denken. Zoals het geluksniveau van iemand die net een nieuwe auto heeft gekocht na verloop van tijd weer daalt, zo herstellen we ook van het chagrijn van minder koopkracht. U ook.

Nederlanders behoren tot de rijkste Europeanen. Hoe erg is het om terug te vallen naar het inkomensniveau van 2007? Of eerder zelfs? Autonomie is het kernwoord als het om geluksbeleid gaat: wie mensen gelukkig wil houden, zorgt ervoor dat hun gezondheid en hun baan niet in gevaar komen. Een vakantie minder of minder vlees eten kunnen ze best aan. Nu is het economen in de regel niet om geluk te doen, maar om economische groei – al staan die twee natuurlijk niet los van elkaar: groei is nodig voor de werkgelegenheid die de autonomie verschaft waar geluk op drijft.

Als het om bezuinigen gaat, zijn twee dingen belangrijk: de snelheid waarmee wordt ingegrepen en de manier waarop. Op de vraag hoe snel en hoe hard je moet bezuinigen, geven economen geen eenduidig antwoord. Ze waarschuwen ervoor de economie niet op korte termijn ‘kapot’ te bezuinigen met – te – harde ingrepen en dringen ook erop aan het huishoudboekje echt op orde te brengen om op termijn gezond te kunnen groeien.


Deze twee invalshoeken lijken de politieke kampen te scheiden langs linkse en rechtse lijnen. Maar zo simpel is het niet. Wie doorslaat naar de ene of naar de andere kant, slaat de plank mis. Meer dan op de snelheid van bezuinigen komt het aan op een juiste keuze van ingrepen die de economische dynamiek niet aantasten of die juist stimuleren. Dat betekent bijvoorbeeld dat het geen probleem is om te bezuinigen op de werkloosheidsuitkering, maar wel om de hypotheekrente-aftrek af te schaffen. Van een kortere WW gaan we namelijk meer werken, maar van bezuinigen via de hypotheek minder. Immers: afschaffen van de aftrek komt neer op een lastenverzwaring, en hoe hoger de belasting, hoe kleiner de motivatie om te werken. Wie de renteaftrek wil afschaffen zonder het enthousiasme van mensen om te werken te schaden, moet tegelijkertijd de inkomstenbelasting verlagen. (Het mes moet dan ook niet in de hypotheekrenteaftrek om te bezuinigen, maar om de woningmarkt vlot te trekken).

Er zijn meer bezuinigingen waar economen niet wakker van liggen. Zo kan het eigen risico in de zorg omhoog en is korten op ontwikkelingssamenwerking geen probleem. Dat geldt eveneens voor het verlagen van het minimumloon en de bijstandsuitkeringen, het verhogen van de benzineaccijns en het verlagen van ambtenarensalarissen. Met het onderwijs moet je oppassen: daarop bezuinigen kan juist de kracht van de economie aantasten.

Het is duidelijk – en wellicht een zegen – dat kiezers niet denken als economen. Uit recente peilingen van Maurice de Hond blijkt dat maar liefst tachtig procent van hen geen hogere eigen zorgbijdrage wil. Liefst 57 procent is tegen verhoging van de benzineaccijns en iets minder dan de helft tegen een kortere WW. Dat koopkracht geen garantie is voor geluk en een baan, is aan de meeste kiezers niet besteed.