Stoofpeertjes op zondag

Uilskuiken van de week: Mohammed Benzakour

Journalisten en schrijvers houden de artikelen van ‘publicist’ Mohammed Benzakour over het algemeen scherp in de gaten. Niet omdat ze nieuwsgierig zijn naar wat zich afspeelt in Benzakours hersenpan, maar puur om te controleren of hij niet zonder bronvermelding werk van hen heeft overgenomen.

In maart 2003 kwam de zaak aan het rollen, toen ik in Vrij Nederland wees op frappante overeenkomsten tussen Benzakours Volkskrant-column en een artikel van filmcriticus Gawie Keyser in De Groene Amsterdammer. Een paar alinea’s waren letterlijk overgeschreven. Benzakour bleek vaker te plagiëren: delen van het werk van Bas Heijne, Hafid Bouazza en Sjoerd de Jong keerden terug in zijn stukken.

Benzakour reageerde getergd toen hem om commentaar werd gevraagd. “Ik zie het nut niet in van dit soort berichtgeving,” zei hij. Eenmaal bedaard verklaarde hij dat hij de namen van zijn collega’s ‘per ongeluk’ had weggelaten. Hij schreef in die tijd wel tienduizend woorden per maand, zodat er momenten waren van ‘onoplettendheid en tijdsdruk’. “Dan schrap je weleens meer dan zou mogen.”

Hij beweerde zelf ook regelmatig geplagieerd te zijn, evenwel zonder met voorbeelden te komen. De vraag is bovendien of je het plagiëren van de plagiator wel plagiaat kunt noemen; de kans is immers groot dat je niet hem maar iemand anders aan het overschrijven bent.

Hoe dan ook, Benzakour koos ervoor geen ‘heisa’ te maken, ‘omdat ik me realiseer dat dit soort zaken kan gebeuren in de hectiek van de journalistiek’. Bij de Volkskrant hadden ze de kwestie aanvankelijk stil willen houden, omdat Benzakour nog een ‘heel jonge vent’ was, aldus de toenmalige adjunct-hoofdredacteur Arie Elshout. Wel namen ze Benzakour, vanwege ‘persoonlijke omstandigheden’, zijn column af. Volgens Elshout was het ‘uitgesloten’ dat de Volkskrant Benzakour ooit nog een platform zou bieden.


Ik rakel deze kwestie op omdat vorige week het zoveelste artikel van Benzakour in de Volkskrant werd afgedrukt. Dat hij de lezers van die krant voor imbecielen hield, doet er niet meer toe; ‘uitgesloten’ is bij de Volkskrant een rekkelijk begrip. En waarom eigenlijk ook niet? Psycholoog René Diekstra, nog zo’n opzichtige letterdief, spreekt ook alweer jarenlang op zweverige toon zaaltjes toe. Margriet Sitskoorn, die stukken overschreef uit Amerikaanse wetenschappelijke bladen, is in Tilburg gewoon hoogleraar gebleven.

In zijn opiniestuk valt Benzakour de Marokkaanse schrijfster Nora Kasrioui aan, die in de Volkskrant had geschreven over een trend onder hoogopgeleide Marokkaanse vrouwen. Vanwege de middeleeuwse mentaliteit onder Marokkaanse huwelijkskandidaten gaan die steeds vaker op zoek naar hoogopgeleide Nederlanders.

Toevallig weet ik uit eigen ervaring dat van deze trend inderdaad sprake is. Benzakour weet dat ook; vermoedelijk reageert hij daarom zeer vals op Kasrioui. Als ze ons niet willen, dan rotten ze maar op, is de strekking van zijn stuk.

Volgens Benzakour verkiest een hoogopgeleide Marokkaanse man ‘uiteindelijk toch liever een minder streberig type; een partner die hecht aan gezinswaarden, en die op zondag stoofpeertjes en een pittige lamsschotel bereidt naar moeders recept’. De hoogopgeleide Marokkaanse man zoekt liever ‘een treetje lager’ naar een ‘simpel’ Marokkaans meisje of desnoods een onnozole Hollandse in plaats van een slimme, ambitieuze vrouw.

Volgens Benzakour is het een oeroude natuurwet: mannen compenseren hun overwicht en succes het liefst met schoon en simpel. Te hopen valt dat mevrouw Benzakour inderdaad de ongeletterde importbruid is die hij zich zo graag wenst; hoe dan ook moet dit de middeleeuwse mentaliteit zijn waar Kasrioui in haar stuk op doelde.


Het mag duidelijk zijn dat Benzakour geen plagiaat meer pleegt; geen weldenkend auteur neemt dit soort beweringen voor zijn rekening. Misschien is het toch beter als Benzakour in zijn oude gewoonte vervalt, bedacht ik na lezing van zijn stuk. Ik zal er de volgende keer geen ruchtbaarheid aan geven.