Über alles

Op de laatste eurotop hebben de Britten zichzelf aan de zijlijn geplaatst. Meer dan ooit zullen Frankrijk en vooral Duitsland in Europa de dienst uitmaken. Maar is dat erg? Of de euro is gered, zal de komende maanden moeten blijken. Maar de Duitsers tonen zich zeer tevreden, want de eurozone wordt hervormd naar streng Duits model. Dat houdt in: eerst regels afspreken over doorvoering van een algemene begrotingsdiscipline bij de zeventien aangesloten lidstaten, pas daarna de rol van de Europese Centrale Bank bekijken en bepalen wat er moet gebeuren met de euro-obligaties. In eigen partij en parlement kan bondskanselier Angela Merkel niet meer stuk, al is deze hervorming (naar uiteindelijk een ‘stabiliteitsunie’) het op één na beste resultaat. Merkel had de Britten er graag bij gehad, en er hoeft maar één parlement tegen het verdrag te stemmen of het vervolgtraject staat op losse schroeven. Maar meer zat er voor haar niet in, en dus telt zij haar zegeningen.

Het is hard gegaan met de bondskanselier. Wie de moeite neemt haar lichaamstaal op de laatste eurotop in Brussel te vergelijken met die van enkele weken of maanden geleden ziet een verschil: das Mädchen, zoals Angela Merkel in Duitsland wordt genoemd, is een vrouw geworden. Weg zijn de bedremmelde pasjes naar de microfoons van de wereldpers, verdwenen zijn de afhangende schouders die on-Duits veel nederigheid uitstraalden. Daarvoor in de plaats is een rechte rug gekomen, een hoofd dat niet naar voren helt maar achterover in de nek staat, en een gezicht dat geen twijfels meer kent.

Niet alleen Merkel heeft alle schroom van zich af gegooid, ook Duitsland heeft zich in de eurocrisis ontwikkeld tot een führende Nation. Dat is opmerkelijk, want de Duitsers van na de oorlog, de goeden dus, zijn altijd voorzichtig geweest vooraleer ze andere landen de maat namen. De reden daarvan spreekt voor zich. Jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog heerste in veel Europese landen ook groot wantrouwen jegens de Duitsers. In zekere zin was dat wantrouwen de kiem van de Europese integratie, die vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw gestalte kreeg: het naoorlogse West-Duitsland krabbelde veel sneller op dan was verwacht en diende derhalve in de gaten gehouden – sterker, ingekapseld – te worden.

Na de hereniging van West- en OostDuitsland in 1990 voltrok zich een nieuw economisch mirakel. De D-mark werd sterker dan ooit en oppermachtig ten opzichte van de Franse frank. Opnieuw diende een mogelijke Duitse ‘opmars’ tot staan te worden gebracht, en dus nam François Mitterand – weliswaar spoedig daarna met medewerking van Helmut Kohl – het voortouw bij de totstandkoming van een nieuwe, gezamenlijke munt: de euro, die in 2001 werd ingevoerd.


Ook in de huidige eurocrisis is het vooral Duitsland dat fier overeind blijft staan. Frankrijk, plotseling een economisch instabiel land dat zwaar onder druk staat van de financiële markten, moet toezien hoe zijn president Sarkozy aan het handje loopt van Angela Merkel. En nu lijken mogelijkheden om het Duitse ‘gevaar’ te beteugelen niet meer voorhanden. Misschien zouden de Europese landen eens moeten inzien dat het wantrouwen niet meer nodig is, dat Duitsland anno 2011 echt niet meer Lebensraum behoeft, dat we zelfs van geluk mogen spreken met een groot en sterk land dat de regie in handen heeft en de rest van Europa de weg wijst.

Europa wordt steeds Duitser, heet het cynisch in Frankrijk en Griekenland, en ook wel in Engeland. Maar gelukkig denken ze er alleen daar zo over. In Nederland begint een andere wind richting het oosten te waaien. Eindelijk. Don’t mention the war, luidt het adagium, verwijzend naar de roemruchte scène uit de televisiekomedie Fawlty Towers met John Cleese en enkele Duitse gasten die in het hotel verblijven. Om grappen over in de oorlog gejatte fietsen die teruggebracht moeten worden of wiedergutmachungsschnitzels die gegeten moeten worden, wordt amper nog gelachen.

Natuurlijk hebben Duitsers geen humor – behalve Rudi Carrell – en hun televisieprogramma’s op de zaterdagavond doen ouderwets aan. De Nederlandse variant van de spelshow Wetten, dass? had hier een paar jaar succes, in Duitsland scoort die show al dertig jaar onafgebroken hoog. Onverdraaglijk zijn ook de programma’s met schlagermuziek en bierdrinkende en in lederhosen gestoken mannen. Maar wat stellen wij daar aan low culture tegenover, met Frans Bauer, de nieuw leven ingespoten Corry Konings en die New Kids-film? Niettemin, als de televisie ons venster is op de Duitsers, dan gebiedt de eerlijkheid ook te zeggen dat Duitsers in praatprogramma’s goed uit hun woorden komen, politici evengoed als willekeurige passanten. Zelfs voetballers uit de Bundesliga hoor je na afloop van een wedstrijd hele zinnen zeggen.


Wat hebben die Duitsers toch, dat ze in bijna zeventig jaar tijd tot twee keer toe diep door het stof moesten – eerst na de Tweede Wereldoorlog, daarna na de eenwording – en er toch weer sterker uit tevoorschijn kwamen? Het wirtschafts-wunder van na de oorlog is genoeglijk bekend, minder bekend is dat West-Duitsland in 1990 omgerekend bijna tweeduizend miljard euro investeerde in het armetierige Oost-Duitsland. Dat geld leenden ze deels van beleggers, maar het grootste deel betaalden ze uit eigen zak. Hoe? Door extra belastingen te heffen, die de Duitse burgers zonder morren betaalden. De Grieken, Italianen, Portugezen, Spanjaarden, Ieren en Fransen zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.

Opofferingsbereidheid, discipline – het zijn eigenschappen die niet voor niets het stereotiepe beeld van de Duitser bepalen. Neem de arbeidskosten. Die zijn in Duitsland extreem laag. In Nederland, Spanje en Italië liepen die kosten de afgelopen tien jaar op met 25 tot dertig procent, in Duitsland met slechts vijf procent. Daar weten ze dat alleen zo hun producten concurrerend kunnen zijn. En anders dan andere Europeanen zul je Duitsers niet horen over loonsverhogingen, omdat ze begrijpen dat die onverantwoord zijn in een economische crisissituatie. En ze doen deze Weihnachts-weken wel weer massaal inkopen, maar de gekte beperkt zich tot deze ene maand. Duitsers leven niet graag op de pof.

Op sommige basisscholen in Nederland krijgen leerlingen behalve les in Engels ook les in Frans. Mij is het een raadsel waarom dat Frans is en niet Duits, de taal van onze buren, die onze grootste afzetmarkt vormen en onze belangrijkste handelspartner zijn. Op de universiteit geldt voor de studie Duits geen numerus fixus, want wie gaat er nu Duits studeren? Maar let op, over een paar jaar is Duits hipper dan Engels, cooler dan Chinees en vetter dan Portugees.