Wees nou eens redelijk

Wat maakt de mens precies tot mens? Op die vraag hebben filosofen en wetenschappers verschillende antwoorden gegeven. De mens zou het gelovige dier zijn, het enige dat hogere machten verzint en erediensten voor ze houdt. Het dier dat kan spreken. Of medelijden voelt. Volgens Aristoteles was de mens vooral het redelijke dier.

Recent onderzoek plaatst vraagtekens bij die oude definities. Chimpansees blijken eveneens in staat om empathie te voelen, dolfijnen kunnen communiceren en resusaapjes stellen hun eigen behoeftebevrediging uit om te voorkomen dat een soortgenoot pijn lijdt. Hun calculerende gedrag zou je zelfs redelijk kunnen noemen.

Toch blijft voor humaan handelen de redelijkheid van groot belang. Wanneer de vorming van onze rede niet meer gestimuleerd wordt door onderwijs, wetenschap en kunst, daalt het niveau van de samenleving aanzienlijk. Onwetendheid, bijgeloof en primaire reacties vieren dan hoogtij, en demagogen die hierop willen inspelen krijgen vrij spel.

Moeten we redelijker worden en ons minder door onze onze emoties en vooroordelen laten beheersen? En hoe dan? Of kunnen emoties ook nuttig zijn?

“Redelijker worden betekent in de eerste plaats meer begrijpen, en is dus iets cognitiefs. Dat moet je oefenen door na te denken: over verschillende vakgebieden, maar vooral ook over het leven zelf. Daarnaast betekent het je impulsen onder controle houden. Dat heeft niet alleen met verstand te maken: soms weet je best wat je moet doen, maar mislukt het toch. Om dat te voorkomen, is zelfbeheersing nodig. Tot op zekere hoogte is dat wel te trainen. Als iets is misgegaan doordat je kwaad bent geworden, moet je jezelf aansporen om de volgende keer jezelf een halt toe te roepen.

“Vooroordelen wegnemen kan alleen door kennismaking met datgene waar je vooroordelen over hebt. Het is net als met eten: je moet gewoon proeven. Toch is dat niet altijd mogelijk. Economen spreken wel over informatiekosten: we moeten economisch omgaan met tijd en energie. We hebben bijvoorbeeld negatieve informatie over een groep, ‘Marokkanen’. We kunnen bij elke Marokkaan nagaan of ons vooroordeel klopt, maar dat kost veel tijd en moeite. Het is dus ‘economisch’ om op je vooroordeel af te gaan. Maar ethisch is het onjuist: de goeden lijden altijd onder de kwaden. Daar is niet altijd verandering in te brengen, behalve als je toevallig een individu leert kennen.”


“Ik ben een pleitbezorger van het oude verheffingsideaal. Mensen kunnen redelijker worden, allereerst door goed onderwijs, en daarna door zich ook op latere leeftijd goed te laten informeren.

“We staan momenteel voor de keuze: gaan we mensen qua kennisniveau verheffen of naar beneden nivelleren? Ik sta pal voor het eerste. Stel alles in het werk om niveau en kwaliteit te handhaven, onder andere door mooi te spreken en te schrijven. Juist de schoonheid is van groot belang. Een academicus moet dus zijn best doen om mooi en toegankelijk te schrijven, ook voor niet-academici.

“Een voorbeeld waarbij juist redelijke politici en opiniemakers gefaald hebben hun boodschap voor het voetlicht te brengen, was het referendum over de Europese grondwet. De campagne werd volledig overgelaten aan rechtse en linkse populisten. Iedereen werd door hun kritiek slap euro-sceptisch, terwijl de grote meerderheid van de volksvertegenwoordiging vóór was. Maar ze durfden zich niet sterk te maken voor Europa uit pure lafheid.

“Ik hoop dat er altijd ideologische strijd blijft bestaan tussen fatsoenlijke, redelijke mensen met verschillende wereldbeelden. Daar moet je uit kunnen kiezen; dat is beter dan de fictie van één volkswil, één juiste manier van leven of één belang.

“Natuurlijk bestaat er een driftleven en zijn we niet honderd procent redelijk. We zijn allemaal behept met instincten, maar ideologische stromingen als het populisme exploiteren die instincten die het nastreven van een rechtvaardige samenleving in de weg staan. Je moet juist redelijkerwijs blijven streven naar rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid.”

“Redelijkheid staat volgens mij niet lijnrecht tegenover emotie. De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum schreef in haar boek Wat liefde weet dat emoties een belangrijke bron van informatie zijn. Het is niet verstandig om alleen maar na te denken, iets te besluiten en dat vervolgens door te zetten, ook al voel je je er niet prettig bij. Emoties kunnen de informatie geven waar je te weinig over hebt nagedacht. Je moet ze dus serieus nemen, maar niet als een dier najagen. Als je bijvoorbeeld angst voelt terwijl er geen echt gevaar is, is de juiste reactie niet: ‘Ik voel angst, dus ik ren weg’, maar om na te denken: waarom ben ik bang? Wat kan er gebeuren, en heb ik dit risico voor mijn doelen over? Een evenwichtige combinatie van rede en emoties en reflectie over beide is dus beter dan uitschakeling van één van twee.


“Toch moeten mensen over het algemeen wel redelijker worden. De vrijheid van meningsuiting wordt bijvoorbeeld opgevat als zomaar roepen wat je wilt. Mensen geven onredelijke, primaire reacties op het nieuws of de politiek, vooral op internet. Ze zouden beter moeten nadenken over hun emoties en zich realiseren dat de kwaliteit van het debat wel wat omhoog kan.

“Vrijheid van meningsuiting is een belangrijk democratisch ideaal, maar dat betekent niet dat het publieke debat een riool is. Een mening is nog maar het begin. Daarbij horen ook vrijheid van meningsvorming en meningsherziening. Heeft de ander een punt, en wat kan ik zelf tegen mijn mening inbrengen?

“Als je daarna toch bij je standpunt blijft, is het een rijker en meer doorleefd standpunt.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

isabelle buhre illustratie matthias giesen