Weinig is zo mooi als omkoping in de sport.

Ik moest deze week denken aan de eindeloze knikkermiddagen van vroeger, middagen waarop mijn buurjongen en ik onze vingerkootjes aan gort speelden en weigerden op te houden tot het helemaal donker was geworden.

Het was een deprimerende gedachte, want ik won vrijwel nooit op die middagen. Dat kwam met name doordat mijn buurjongen, wanneer ik in kansrijke positie lag, een voorstel deed de regels te veranderen en dat voorstel zo aanlokkelijk inkleedde dat ik toegaf en uiteindelijk toch verloor. Dat was een zeer primitieve vorm van omkoping, alleen vergat ik iets terug te vragen voor de garantie van mijn verlies. Toen ik dat één keer wel deed, wilde mijn buurjongen niet langer met me knikkeren.

Opeens was iedereen omgekocht. Het begon met een bericht in het Zwitserse blad L’illustré. Daar hadden ze achterhaald dat de Kazach Aleksander Vinokourov zijn laatste grote zege – Luik-Bastenaken-Luik 2010 – had gekocht door zijn medevluchter Aleksandr Kolobnev een ton te bieden. De krant had niet alleen de transactie weten te traceren, maar ook een e-mail van de nummer twee aan de nummer één, een dag na de wedstrijd: “Ik heb jou laten winnen, niet zozeer omwille van onze overeenkomst, maar vooral door mijn gevoelens naar jou toe en naar jouw situatie.” En: “Nu kan ik alleen maar geduldig wachten om te zien of dit alles niet tevergeefs was. Hier is alvast mijn bankrekeningnummer.”

Ik vind het geen geld, een ton voor een klassieker. Het gebeurt maar zelden dat je je plek in de geschiedenis voor een prikkie kunt kopen. Wie de beelden van de laatste kilometers terugkijkt, ziet dat er weinig schortte aan het acteerwerk van Kolobnev. Zelfs de goed ingevoerde Vlaamse commentatoren zagen hem ‘breken’. “’t Is op.” De transactie was nauwelijks nieuws: de eerste wielerwedstrijd waarin niet wordt gehandeld, moet nog verreden worden. Alleen Zwitsers zijn daarvan nog niet op de hoogte.


Een dag later verloor Dinamo Zagreb met 1-7 van Lyon, waardoor Ajax verdere vernederingen in de Champions League bespaard bleven – alsmede 25 miljoen euro. In de samenvatting was goed te zien dat de omkoperij in Zagreb nog in de kinderschoenen staat: de doelman dook over de bal heen zoals sommige vaders over de schoten van hun vierjarige kind, en een van de verdedigers knipoogde openlijk naar een tegenstander. Diezelfde verdediger werd de volgende ochtend gefotografeerd toen hij een Zagrebs wedkantoor binnenging. Aandoenlijke beginnersfout van iemand met weinig ervaring met oneerlijkheid.

De opwinding in Amsterdam over het onrecht dat was geschied, deed me denken aan de oprechte verbazing in de kolommen van L’illustré. Kennelijk gaat men er in de ArenA ook nog altijd van uit dat de sport een idyllische droomwereld van sportsmanship is, waarin de sterkste wint en de rest zich daar bij neerlegt. Dat wie niet sterk is sluw moet zijn, dat vinden ze bij Ajax maar niks. Maar zo sportief/simpel (doorhalen wat niet van toepassing is) als Christian Eriksen, die mompelde dat hij pas vlak voor het einde van de wedstrijd hoorde dat Lyon met 1-7 voorstond (en dat Ajax dus opeens nog twee doelpunten moest maken), zo zie je ze zelden.

Er is eigenlijk maar weinig zo mooi als omkoping in de sport. Opeens ligt de macht bij de zwakkere, bij de underdog, bij de gedoodverfde verliezer.

Gebrek wordt geld waard.

De Belgische commentatoren hadden het goed gezien: Kolobnev was op. Wanneer hij zich niet had laten omkopen door Vinokourov, was hij ook tweede geworden. Gratis.

Dinamo Zagreb had zich al meermalen gepresenteerd als een incompetent zootje ongeregeld dat niet in staat was om veel weerstand te bieden. Lyon had best op een eerlijke manier met 1-7 kunnen winnen, maar een beetje sporter koopt het kleine risico dat de zwakke broeder boven zichzelf uitstijgt eerst even af.


Voor mijn buurjongen is dat nooit nodig gebleken. Ik verloor altijd volkomen eerlijk, en dom.