Willem-Alexander koning in 2012?

Als Willem-Alexander Willem IV wordt –misschien al in 2012 – hebben we de ultieme gewone jongen op de troon. Een liefhebber van sport, pils en magnetronmaaltijden. Precies de vorst die het Nederlandse volk verdient.

De Volkskrant weet het zeker: in 2012 zal Beatrix aftreden als Koningin der Nederlanden om te worden opgevolgd door haar oudste zoon, Willem-Alexander, die de troon zal bestijgen met de titel ‘koning Willem IV’. Alle tekenen, schrijft het Oranjeduo Jan Hoedeman en Remco Meijer, wijzen op ‘de choreografie van een vertrek’: de vorstin gaat, de koning komt. Volgend jaar wordt Beatrix 74 en Willem- Alexander 45, een mooie leeftijd om directeur te worden van het familiebedrijf.
Royaltywatchers zijn net als de Kremlinologen van weleer bekwaam in het ontcijferen van tekens waaraan gewone journalisten achteloos voorbijgaan. Het betreft hier de precieze weging van de woorden (wie zei wat op welk moment?), de volgorde van de staatsbezoeken, de vorderende leeftijd van de betrokkenen, de historische parallel, de juiste stand der sterren. Heel die configuratie kan maar één ding betekenen: de abdicatie is nabij. Na die opmaat vol beloften eindigt het stuk als een natte vuurpijl: “Naar de juiste data wordt nog gezocht.” Waar van officiële zijde zo weinig wordt vernomen (de Rijksvoorlichtingsdienst is beter in ontkennen dan in bevestigen), is speculatie onvermijdelijk. Informatie vanuit het paleis bereikt het volk mondjesmaat; Beatrix heeft vier televisie-interviews gegeven in dertig jaar. Interviews met de kroonprins zijn al even zeldzaam – net als zijn moeder kiest hij eerder voor televisie dan voor de krant, en altijd wordt het vraaggesprek zorgvuldig geregisseerd, gesouffleerd en desnoods gecensureerd door de RVD. Van de uitspraken van de prins zal geen mens opkijken, een enkele uitglijer daargelaten. In het openbaar heeft niet de prins maar de RVD het voor het zeggen. Zolang de minister-president verantwoordelijk is, moet de prins op zijn woorden letten. “Ik kan,” zei hij op televisie tegen Ed van Westerloo, “niet zomaar zeggen wat ik wil.” Van de zojuist verschenen bloemlezing van zijn uitspraken, Ik mag ook nooit iets, verzameld door Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra, hoeft de lezer dan ook niet veel te verwachten. De citaten lopen van onbeduidend naar onbenullig en weer terug. Zelfs de titel is een onjuist citaat en moet bij herdruk worden gecorrigeerd.
Schrijven over het koningshuis is armoe troef. Elk snippertje informatie wordt drie keer omgedraaid, elke uitspraak, hoe nietszeggend ook, wordt eindeloos herhaald, elk cliché wordt van stal gehaald en alle portretten worden in even brede streken geschetst.
Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Lees verder en reageer.

ron kaal