Epke Zonderland, sportman van het jaar

Zijn opa liep in handstand over de nok van zijn boerderij. Gewoon voor de lol. Maar voor Epke Zonderland – niet  voor niets sportman van het jaar – betekent turnen ‘keihard voor mezelf kiezen’. Zoals breken met de man die hem twintig jaar trainde. “Ik wist niet of ik zonder hem zou kunnen.”

Als hij eenmaal aan de rekstok hangt, denkt hij het liefst helemaal niets. Hooguit kleine dingen als ‘bol blijven’, ‘benen bij elkaar houden’ of ‘goed uitduwen’. Het echte nadenken over zijn oefening doet hij in de dagen voor de wedstrijd. Urenlang. Dan neemt hij elk detail in zijn hoofd door. Seconde voor seconde visualiseert hij elke beweging. “Ik heb dat nodig. Als je me bij wijze van spreken een uur voor de wedstrijd wakker zou maken, dan lukt het me niet mijn oefening te turnen.”

Turner Epke Zonderland (25) is een denker. Meer dan andere topsporters. Veel meer. Dat is zelfs wetenschappelijk bewezen door onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen. Alle topsporters blinken uit als het gaat om toewijding, maar Zonderland denkt nóg beter na over hoe hij zichzelf kan verbeteren en heeft er meer voor over om dat te realiseren. Zijn familie noemt hem niet voor niets gekscherend ‘Ep Oogklep’. Tegelijkertijd kan
hij relativeren als geen ander. Er is geen topsporter die na een verloren WK-finale zo snel een glimlach opzet. Die zich niet schaamt voor zijn falen. Die zijn verlies zo snel opzij zet dat het soms lijkt alsof het hem niet veel doet.

Lees verder in het dubbeldikke kerstnummer van HP/De Tijd.

marijn de vries