Het ongekend grote oevre van Bernlef

In ruim een halve eeuw bouwde hij een ongekend groot oeuvre op. Gesprek met Bernlef over zijn werkdrift, ouder worden en dat eeuwige Hersenschimmen. “Ik probeer de gaten te vullen met mijn verbeelding.”

Van alle Nederlandse auteurs hebt u waarschijnlijk de langste bibliografie.
“Dat zou weleens kunnen, ja. Ik heb ze ooit, jaren geleden inmiddels, geteld. Het zullen nu tussen de negentig en de honderd titels zijn, schat ik?”

Waarom zo veel?
“Te veel ideeën, denk ik. Het zijn wel altijd verschillende dingen, dus een roman en een dichtbundel of een verhalenbundel en een essaybundel. Ik heb wel tijden gehad dat ik ’s ochtends aan een roman werkte en ’s middags aan een essay. De laatste tijd doe ik wel wat kalmer aan, hoor. Vroeger werkte ik een uur of zes, nu is dat een uur of vier. Ik merk dat ik dan niet meer zo geconcentreerd ben als vroeger. De jaren beginnen toch wel een beetje te tellen. Maar dus niet wat ideeën betreft. Dat verbaast mij ook weleens.”

Lees het gehele interview in het kerstnummer van HP/De Tijd.

vivian de gier