Nekschot nam een unieke positie in met zijn misselijke grappen

‘Nekschot geeft zichzelf nekschot,’ kopte de Volkskrant vanochtend. Dat was niet de sterkste woordgrap van het (bijna) afgelopen jaar, maar we begrepen wel meteen wat er aan de hand was: cartoonist Gregorius Nekschot, die in 2008 landelijke bekendheid kreeg omdat hij door justitie werd aangehouden vanwege acht islamkritische tekeningen, stopt ermee.

Aan zijn ‘inkomstenkant liep het niet storm meer’, zo lezen we. “Geen tekenopdrachten, de donaties en schenkingen waren opgehouden, en zijn uitgever zag geen brood meer in nieuwe bundels.”
Zo gaan die dingen, kun je dan denken. Maar zoveel nonchalance verdient Nekschot niet. Cartoonisten zijn in Nederland bijna per definitie lid van de politiek-correcte gemeente, een enkele uitzondering (wijlen Eppo Doeve, wijlen Fritz Behrendt) daargelaten. De recalcitrante Nekschot nam, zo bezien, een unieke positie in met zijn, naar eigen zeggen, ‘misselijke grappen’.

Het besluit van Nekschot om te stoppen is overigens nauwelijks minder uniek, want onder Nederlandse cartoonisten heerst de gewoonte om door te tekenen tot je erbij neervalt. Helaas levert dat in lang niet in alle gevallen (wijlen Opland, wijlen Frits Müller, Len Munnik, Peter van Straaten) prenten op die de vergelijking met eerder werk kunnen doorstaan. Gregorius Nekschot die op z’n 76ste scheurkalender nummer zoveel publiceert met alwéér een collectie comateuze grappen? Sinds vandaag weten we dat Nekschot (ook) in dat opzicht geen Van Straaten gaat worden. Gelukkig maar.

roelof bouwman