Afscheid van de grote liefde

En weer schreef Wiener een echte Wiener, vol drankzucht en liefdesverdriet. Maar hij is op z’n sterkst als hij schrijft over kleine dingen als osseworst, harpgepingel of een achterlijk konijn.

De schrijver L.H. Wiener doet veel dingen waardoor je gemakkelijk een hekel aan hem zou kunnen krijgen. Hij wisselt ijdele archaïsmen af met buitengewoon flauwe grappen, hij strooit aan een stuk door met citaten van favoriete auteurs (onder anderen van zichzelf), hij heeft het vaak over ‘echte schrijvers’, en laat er geen misverstand over bestaan dat hij ook tot die bijzondere categorie behoort. En toch.

Er is iets waardoor je je nooit helemaal overgeeft aan je irritatie. Vrijwel elke keer als Wiener zijn krediet lijkt te hebben opgebruikt, verrast hij je met een ontroerende passage waarin hij alle zelfvoldaanheid, al het gepoch en gebral, op losse schroeven zet.

Vanaf zijn debuut in 1967 schreef hij rond de twintig boeken, maar pas een jaar of tien geleden brak hij bij een groter publiek door, met de romans Nestor (2002) en De verering van Quirina T. (2006). Shanghai Massage is in veel opzichten een typische Wiener, vol met de onderwerpen die zo regelmatig in zijn oeuvre terugkeren: drankzucht, een allesoverheersende liefde voor een veel jongere schone, gevolgd door het onvermijdelijke allesoverheersende verdriet, heen en weer schakelen tussen alter ego’s, de bijbehorende verhandelingen over identiteit en de vage grens tussen schrijver en personage, tussen romanwerkelijkheid en de werkelijkheid daarbuiten. Dat laatste klinkt misschien wat postmodern, maar als er een schrijver is die met het hele postmodernisme niks te maken heeft, is het wel Wiener. Niet dat hij makkelijk in een andere stroming onder te brengen valt. Zijn werk is zeldzaam persoonlijk, zowel qua thematiek als qua stijl.

De hoofdpersoon van Shanghai Massage is Ezra Berger. Zijn schrijverspseudoniem is L.H. Wiener. Zijn alter ego is (of eigenlijk was) Victor van Gigch. Van Gigch, Wiener en Berger lijken op elkaar. Ze delen een paar essentiële eigenschappen en een deel van hun biografie: ze zijn lang werkzaam geweest in het onderwijs, als docent Engels op een gymnasium in Haarlem, ze kunnen niet leven zonder – bij voorkeur jonge, beeldschone – vrouwen, ze schrijven, zijn verslingerd aan de literatuur en kunnen bogen op een grote algemene ontwikkeling.


Wiener (de persoon) legde enkele weken geleden, in een interview in HP/De Tijd met Vivian de Gier, het verschil uit tussen de alter ego’s. Victor van Gigch is een enthousiaste leraar, ‘met vakkennis en hart voor de leerlingen, die het gezellig weet te maken in de klas’. Van Gigch is als het ware het enthousiaste masker van de immer tobbende Berger en Wiener. “Met Victor valt te leven,” concludeert Wiener (de schrijver) in Shanghai Massage. “Met mij niet.”

Het is in de roman niet altijd helder wie er nu precies aan het woord is. Dat lijkt een bewuste keuze: de verschillende persoonlijkheden en werkelijkheden vloeien in elkaar over, duidelijk onderscheid is er niet altijd.

Wel weten we dat Wiener/Berger afscheid heeft genomen van het alter ego Van Gigch. En het is niet het enige grote afscheid. Na een liefde van drie jaar moet Berger zien te leven zonder zijn grote liefde, Quirina Taselaar. Dat was de afspraak: de veertig jaar oudere Berger zou een paar jaar met de begin-twintiger doorbrengen, waarna Quirina vrij zou zijn om haar dartele, losbandige leven te leiden.

Maar goed, zo’n afspraak maakt het afscheid niet minder ellendig. En eigenlijk is er niets wat het afscheid minder ellendig maakt. Drank (‘het Koningswater’), literatuur, zeilen, het achterlijke konijn Muffin, ze zorgen hoogstens voor wat afleiding, nooit voor berusting. Dan wandelt Berger een Chinese massagesalon binnen – de eerste stap in een voorzichtig genezingsproces.

Het is niet de rouw om Quirina die de meest aangrijpende passages in Shanghai Massage oplevert. Vanaf het begin maakt Wiener duidelijk dat we hier te maken hebben met een groot verdriet. Het grote verdriet wordt ook met grote woorden omschreven – ‘het gapende zwarte gat’, ‘een radeloos gevoel van verlatenheid’ – en juist daardoor komt het nergens écht hard aan. Je voelt het niet van binnenuit.


Het zijn eerder de stukken die niet, of zijdelings, met het grote verdriet te maken hebben, waarmee Wiener de lezer voor zich weet te winnen. Bergers ontroerende zorg voor het achterlijke konijn Muffin bijvoorbeeld. Vooral het sympathieke gebabbel (in Haags accent) tegen zijn huisdier maakt veel goed. Of het verhaal over zijn stervende moeder, die hij, tegen alle voorschriften in, osseworst voert, haar lievelingseten.

De momenten waarop Wiener zijn plechtstatigheid, het grote gebaar, de zelfbewuste alliteraties en de ongeïnspireerde meligheid laat varen – die momenten leveren de sterkste zinnen op. Zoals deze, over een harpiste die een stuk van Bach speelt: “Raar eigenlijk, dat je op je oude dag zit te janken in je stoel, als een jonge meid een beetje aan die snaren zit te frutselen.” Simpel, bijna onbeholpen geformuleerd, maar dit is raak.

Het is zonde dat Wiener meer dan een half boek aan pathetiek en belegen grappen nodig heeft om tot zijn beste momenten te komen. Die beste momenten zijn mooi.

L.H. Wiener: Shanghai Massage. Contact, €19,95.

Dries Muus