De barricades op?

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte de Duitse schrijver Thomas Mann aan zijn Betrachtungen eines Unpolitischen. Hij ergerde zich aan geëngageerde intellectuelen die zich met politiek bemoeiden en de maatschappij wilden verbeteren. Volgens hem moest de intellectueel zich juist toeleggen op persoonlijke ontwikkeling: Bildung. Een intellectueel moet niet uit zijn op roem, rijkdom of politieke macht, maar ernaar streven een beter mens te worden en cultuur door te geven, vond Mann. Ook veel niet-intellectuelen houden zich trouwens graag buiten het debat; naast hun werk vinden ze een rustig leven met familie, vrienden en ontspanning genoeg. Maar de opkomst van het nazisme dwong Mann op zijn eerdere uitspraken terug te komen. Als de vrijheid in gevaar komt en rechtvaardigheid met voeten wordt getreden, hoe kun je dan nog rustig in je studeerkamer blijven volhouden dat je belangrijke culturele waarden beschermt? Het leidt op z’n minst tot gewetensvragen. Hebben intellectuelen en kunstenaars de plicht zich uit te spreken bij onrecht en maatschappelijke problemen? En geldt die plicht dan voor ons allemaal?

“Ik word door de gemeenschap betaald om mensen op te leiden en om expert te zijn op een aantal gebieden. Als er dus een probleem is waarbij ik met die expertise kan helpen, moet ik dat ook doen, vind ik.

“Het gebeurt nog te weinig dat intellectuelen om advies wordt gevraagd bij politieke besluitvorming. Dat gebeurt wel bij medische kwesties, in de vorm van bio-ethische commissies. Maar voor de rest bestaat de bijdrage van intellectuelen vooral uit lezingen geven en artikelen schrijven. In hoeverre dat invloed heeft, valt te bezien.

“Ik verwacht van andere intellectuelen en kunstenaars ook dat ze deze houding aannemen. Niet alleen expertise is belangrijk, maar ook je rol als burger, bijvoorbeeld door actief mee te helpen in je eigen wijk.

“Doorgaan met je bezigheden in vijandige omstandigheden is ook een vorm van verzet. In de oorlog sloot de Université Libre haar deuren omdat ze niet met de bezetter wilde mee werken, maar ondergronds ging het lesgeven verder.

“Als intellectueel heb je vaak betere toegang tot de media, en dat maakt de plicht om je uit te spreken sterker. Als zij die het kunnen het al nalaten, hoe moet het dan met de rest? Het is belangrijk om dat te beseffen.”

“Als intellectuelen zich niet meer uitspreken tegen maatschappelijk onrecht, wat doen ze dan nog wel? Intellectuelen staan in een lange traditie als tegenwicht tegen de macht van politiek, leger en Kerk. Hun wereld is die van de ideeën, en ze hebben maar één verplichting: trouw zijn aan de waarheid. Wat is wel en niet waar? Wat heeft wel en geen waarde? Daartoe is de intellectueel op aarde, dus houdt hij of zij zich permanent bezig met lezen, schrijven en onderwijzen.


“Intellectuelen en kunstenaars moeten het kritische geweten van een samenleving zijn. Kritiek betekent oorspronkelijk ‘onderscheid’: wat klopt wel en wat niet? Daarom wordt in totalitaire staten hun altijd als eersten de mond gesnoerd. Zij houden de macht en de maatschappij een spiegel voor.

“Wij kennen andere soorten censuur: alleen dat wat financieel gewin oplevert, mag bestaan. Onze neoliberale samenleving is alleen geïnteresseerd in kwantiteit. Het goede bestaat uit veel geld verdienen of hoge kijkcijfers halen. Bij intellectuelen en kunstenaars is de primaire zorg juist de kwaliteit. En daarom worden ze als lastig beschouwd en wegbezuinigd. Ze mochten eens aantonen dat de kwaliteit van onderwijs en media ernstig achteruit zijn gegaan! Waarom wordt er in kranten als eerste bezuinigd op cultuurpagina’s? Omdat er verkocht moet worden, en alles dus leuk, hip of nuttig moet zijn. Iedereen gelooft in dat dictaat van de markt – maar heeft de markt altijd gelijk?

“Daarnaast maken de polarisatie in het debat en het gebrek aan zelfkritiek de intellectuele wereld kapot. Dat zag je vroeger veel bij links, maar tegenwoordig vooral bij rechtse schrijvers. Intellectuelen proberen mensen wel een inzicht mee te geven, maar ze weten het niet altijd beter. Ze hebben een kritische blik en blijven vragen stellen.”

“Het is moeilijk om in dezen van een plicht te spreken. Sommige mensen kunnen zich goed uitdrukken in de media, maar anderen hebben daar minder talent voor. Ik spreek dus liever over een deugd dan een plicht.

“Iedereen, ook mensen met andere beroepen, moet zichzelf zien als een individu met eigen doelen, maar ook als een burger in de samenleving die anderen moet respecteren en gevoel dient te ontwikkelen voor maatschappelijk onrecht. Wat de intellectueel onderscheidt van anderen, is dat hij of zij beter geïnformeerd en vaak meer geïnteresseerd is in de samenleving. Dat maakt zo iemand geschikter voor het publieke debat.


“Er zijn verschillende burgerdeugden: meedoen aan debatten, bij een vereniging actief zijn, vrijwilligerswerk doen. We moeten echter ook accepteren dat er mensen zijn die een minimale inspanning leveren, zich aan de wet houden en voor de rest hun eigen leven leiden. Dat mag, maar bij dat minimum hoort in een democratie ook het ontwikkelen van politiek bewustzijn.

“We kunnen ons verder afvragen waaruit de intellectuele bijdrage aan de maatschappij moet bestaan. Natuurwetenschappers leveren een bijdrage op hun manier, filosofen op een andere. Lesgeven op een universiteit kan bijdragen aan een kritische houding bij studenten.

“Het spreken over burgerplichten komt voort uit de republikeinse traditie, waarin je geacht wordt niet alleen voor je eigen welzijn te zorgen, maar ook aan de politiek deel te nemen. Ik vind dat we de ruimte moeten laten voor mensen die daar geen zin, tijd of talent voor hebben. Maar zodra ze ergens over gaan klagen, moeten ze er uiteraard wél zelf iets aan doen!”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Isabelle Buhre