Dorine Hermans

Dorine Hermans (Maastricht, 1959) is historica. Onlangs verscheen haar boek over koninklijke inhuldigingen, Wie ben ik dat ik dit doen mag?

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Ik ben echt een wintermens en hou erg van deze donkere periode. Het heeft op mij een rustgevend effect, en dat kan ik goed gebruiken. Ik vind het fijn om door de storm te fietsen en ben daarna heel blij om weer thuis te komen voor een kop erwtensoep of warme chocolademelk.

Wie zijn uw helden?

Mijn moeder. Zij is een soort Boeddha. Ze heeft afasie en alzheimer en heeft dat genomen zoals het kwam. Ze is altijd blijven stralen. Mijn ouders wonen nog thuis. Hun verzorgers zijn ook helden. Die moeten de moeilijkste klusjes klaren en blijven altijd aardig. Thuiszorgers zouden veel meer moeten verdienen.

Aan wie ergert u zich?

Aan mensen die met grof geweld of alleen al met gesnauw hun zin proberen te krijgen. Ik kan niet tegen types met een agressieve toon.

Lijkt u op uw vader?

Hij is een lieve, rechtschapen man, maar heel introvert, en dat laatste ben ik helemaal niet. Hij heeft een veel minder leuke jeugd gehad dan ik; hij zat als kind in een jappenkamp en is daardoor beschadigd.

Wat zijn uw dagdromen?

Die heb ik niet. Ik heb eerder ‘dagmerries’. Ik kan me altijd levendig inbeelden dat er allerlei dingen fout gaan.

Van wie hebt u het meest geleerd.

Van mijn levenscoach en vriend Kees van der Velden, een geestige wijsgeer; hij is dan ook psycholoog.

Bidt u weleens?

Nee. Ik geloof helaas niet in God. Mijn oom was pater jezuïet. Hij zei eens tegen mij: het lijkt me zo vervelend voor jullie om je de hele tijd af te moeten vragen waar het leven toe dient. Daar vond ik wel wat in zitten.

Bent u aantrekkelijk?

Dat hangt van mijn bui af. Soms voel ik me een filmster, soms een onooglijke amoebe,


meestal zit het daar een beetje tussenin. Ik straal erg uit hoe ik me voel.

Bent u monogaam?

Ja. Ik ben gruwelijk eerlijk. Ik heb eens met een ander gezoend en biechtte het direct op. Mijn vrouw werd boos, en dan is de lol er snel vanaf.

Wat is uw definitie van geluk?

Dat ik wil wat ik heb. Ik heb ongelooflijk veel en mag absoluut niet klagen. Wanneer ik dat wel doe, vind ik dat ontzettend stom. De psychologie kent maximizers en satisficers. Ik neig naar de eerste groep; die zeurt te veel dat het beter kan. Maar ik kan ook genieten van een vogeltje op een boomtak.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Mijn moeder kan eigenlijk niets meer zeggen. Laatst zat ik bij haar kerstliedjes te zingen en toen kwamen er opeens woorden en melodieën uit haar mond. Ik kreeg tranen in mijn ogen.

Lijkt u op uw vrienden?

De enige overeenkomst is dat we gevoel voor humor hebben en dat de meeste van mijn vrienden rare mensen zijn, net als ik.

Wat is uw grootste ondeugd?

Mijn slordigheid. Ik ben continu dingen kwijt.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Mijn perfectionisme. Dat werkt verlammend, met schrijven bijvoorbeeld.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn echtgenote, met wie ik al 22 jaar samen ben. Ergens onderweg zijn we getrouwd.

Hoe moedig bent u?

Als het erop aankomt kan ik opeens verrassend koelbloedig en doortastend zijn.

Wanneer was u het gelukkigst?

Op het moment dat ik een relatie met mijn geliefde kreeg en toen onze twee kinderen werden geboren.


Hoe ontspant u zich?

Door niet met mezelf bezig te zijn. Voor mijn werk moet ik me vaak erg verdiepen in een ander en dat voelt dan als een vakantie van mezelf. Ook ontspannend: lekker in mijn eentje de krant lezen met wat te snoepen erbij.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Wat ook voor vrouwen geldt: vriendelijkheid, gevoel voor humor, interesse kunnen tonen en analytisch vermogen hebben.

Wat is uw dierbaarste bezit?

Onze teckels Kees en Piet. Ik vind ze vreselijk irritant, maar ik hou tegelijk erg veel van ze.

Wat is uw grootste prestatie?

Dat ik überhaupt boeken heb geschreven. Ik haat schrijven. Ik vind het vreselijk moeilijk en denk heel lang over elke zin na. Zonder deadline komt er niets uit mijn handen.Wat is uw grootste mislukking?

Als vaste medewerker bij Elsevier stelde ik tijdens een redactievergadering voor om Toon Hermans op de cover te zetten. Hij bleek er juist die week al op te staan. Er viel een stilte en toen klonk er een daverend gelach.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Ik vind het heel erg dat ik zo vaak te laat kom. Het is een soort gebrek aan gestructureerdheid waar ik zelf ook gek van word.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Ik ben niet haatdragend en geef mensen altijd een tweede kans, omdat ik hoop dat zij dat ook bij mij doen.

Wat is de beste plek om te wonen?

Maastricht. Ik zou ooit wel weer in Zuid-Limburg willen wonen, maar het is erg onpraktisch.Hoe is ongeluk te vermijden?

Ik zie om me heen dat de leukste mensen het grootste ongeluk treft. Het is huiveringwekkend hoe onrechtvaardig ongeluk verdeeld is.


Wat is uw devies?

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Ernest Marx