Eenzame zondagen

Slaapt u graag met het raam open? Ja? Lekker fris, de wangen doorbloed, dat heeft uw voorkeur? Nee? Bent u een koukleum? Of misschien woonachtig in een drukke straat? Onthoud het antwoord even op deze vraag.

Stel, u bent al een tijdje eenzaam. Als u thuiskomt, wacht er alleen een plant op u. Of erger nog, een sportclub. Op het werk heeft u een tegenslag, en ’s avonds is er niemand die de pijn even kan afblussen. O zeker, u bent nog jong genoeg. Niet alle hoop is vergeven. Maar tijdens het kerstshoppen glijdt u uit. En terwijl onder uw kin de poedersneeuw ontdooit, beseft u: “Ik ben alleen.” Thuisgekomen smeert u wat volstrekt nutteloze echinaceazalf op knie en kin. En in één beweging door besluit u ook wat te doen aan uw eenzaamheid.

De datingsite Parship beroept zich erop u op een wetenschappelijke wijze aan een partner te helpen. Een test moet uw psychologisch profiel vastleggen zodat dat vervolgens afgezet kan worden tegen dat van uw potentiële partner. Een van de vragen is: “Slaapt u graag met de ramen open?”

Het is een interessante kwestie, want hoe aantrekkelijk, minzaam of loyaal moet de toekomstige geliefde zijn voor u bereid bent om uw gewoonte en nachtelijk genot op te geven voor de ander? Ze heeft de perfecte borsten, maar slaapt graag tussen klammige lappen; gaat u overstag? Hij zet u op een voetstuk, maar houdt er spartaanse bedgewoonten op na; bent u bereid voor hem te rillen?

Het zijn dit soort details die me altijd bevreemden, net zoals de vermelding ‘niet-roker’ in contactadvertenties. Werkelijk, maakt een peukje het verschil? Zo begrijp ik ook die hunkerende vriendin (35+) niet. Ze wil graag haar zondagochtenden met iemand doorbrengen, maar wijst mannen de deur met redenen als: “Hij had zo’n vreemde rug,” “Hij zweette nogal in bed” of “Hij begreep niets van mijn voorliefde voor raimuziek.” Sterkte meid, als je zo verdergaat, zul je ook nooit andermans haren uit het doucheputje vissen of zijn merk ketchup in huis halen. Lekker rustig, die eenzaamheid.


Natuurlijk, dit fenomeen vermomt zich als basale gevoelsempirie: “Als ik zijn gesnurk al niet eens kan verdragen, hoe kan mijn hart dan ooit sneller voor hem slaan?” Maar wat als onze intuïtie nu eens niet betrouwbaar is? Herinnert u zich die middelbareschoolproef met die drie bakken water nog? Heet, lauw, koud. Steek een hand in de hete, de andere in de koude en vervolgens samen in de lauwe. Extrapoleer dit nu naar de liefde. Hoe kunt u dan ooit een deugdelijk oordeel vellen op basis van wat u voelt?

Als u met deze wetenschap desalniettemin absoluut met de ramen open of dicht wilt slapen, wens ik u een goede en vooral tijdsconsumerende hobby toe in het nieuwe jaar.

Thomas Blondeau