Blufpoker rond pensioenen

VNO-NCW’s beschuldiging van paniekzaaierij is volksverlakkerij.

Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) staan 125 pensioenfondsen er zo slecht voor dat ze in 2013 moeten korten op de pensioenen. Niet alleen de uitkeringen van gepensioneerden gaan dan met maximaal zeven procent omlaag, ook de aanspraken van mensen die nog aan het werk zijn. Die hebben straks als het ware in één klap minder geld in hun spaarpot.

Het zat eraan te komen. Na jaren van ellende op de financiële markten, een stijgende levensverwachting, dalende rente, wanbeleid bij de fondsen en wegkijkende politici, komt nu het moment dat we ons verlies moeten nemen. Hoe vervelend, oneerlijk en ‘niet-uw-schuld’ het ook is. Het geld is op. Weg. Verdwenen. Het wordt tijd dat onder ogen te zien, en de consequenties te dragen.

Of toch niet? Volgens VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes is er sprake van ‘paniekzaaierij’. Wientjes verwijst naar het pensioenakkoord. “Als dat wordt ingevoerd, is afstempelen helemaal niet nodig,” aldus de werkgeversvoorman.

Wie heeft er gelijk: DNB of Wientjes? Vooralsnog geen van beide, maar het is te hopen dat DNB aan het langste eind trekt.

Wat is er aan de hand? Wientjes en ook de vakbonden en pensioenfondsbestuurders roepen al tijden dat de problemen bij de pensioenfondsen minder groot zijn dan ze lijken. De rente waarmee gerekend wordt, zeggen zij, is te laag. In het pensioenakkoord spraken ze daarom af dat voortaan niet meer met de zogenoemde risicovrije rentevoet gerekend hoeft te worden, maar in plaats daarvan met het verwachte beleggingsrendement.

Dat klinkt misschien als technisch geneuzel, maar dat is het niet. Als de Nederlandse pensioenfondsen niet uit hoeven te gaan van een rendement van 2,8 procent, zoals DNB eist, maar van de pak ‘m beet vier procent die ze verwachten (niet onwaarschijnlijk voor een pensioenfonds dat ook in aandelen belegt), dan zit het gros van de Nederlandse pensioenfondsen er in één klap een stuk warmer bij.


Maar zover is het – gelukkig – nog niet. Want wat Wientjes ook zegt: over de rekenrente moet het besluit nog vallen. Wat dat betreft spelen Wientjes én DNB op dit moment blufpoker op hoog niveau. Beide doen alsof hun voorkeur al tot wet verheven is. De regels voor het toezicht op de nieuwe pensioenfondsen moeten evenwel nog worden vastgesteld, en het is niet uit te sluiten dat de ministers Kamp (Sociale Zaken) en De Jager (Financiën) Wientjes’ droom van een hogere rekenrente zullen dwarsbomen. Dat is te hopen, want hoe redelijk het ook klinkt om uit te gaan van verwachte rendementen, het is een goedkope en oneerlijke truc.

Het probleem is dat een pensioenfonds een collectief is: je zit er niet alleen in, maar met eerdere generaties. Uitgaan van verwachtingen is dan oneerlijk. Want wat doet een fonds dat nu, terwijl het geld tekortkomt, hoge pensioenen uitkeert in de verwachting dat het later winsten zal opstrijken, als die winsten er bij nader inzien toch niet zijn? Gaat het dan terug naar zijn deelnemers met de vraag het geld terug te storten? Het antwoord luidt natuurlijk: nee. In zo’n fonds draaien de jongere generaties op voor de kosten.

In collectieve spaarclubs met verschillende generaties (en pensioenfondsen zijn dat) is het dan ook zaak met een risicovrije rente te rekenen. Dat is bij de huidige wetgeving het uitgangspunt, en als het aan DNB ligt, moet dat – getuige het optreden van vorige week – ook zo blijven. Wie wil weten of hij genoeg in kas heeft, berekent dat op basis van wat hij overhoudt als hij het geld de rest van de looptijd risicovrij wegzet. Als er vervolgens meevallers zijn, bijvoorbeeld omdat geld naar goed renderende aandelen gaat, dan kan – nadat eerst de buffers voor slechtere tijden zijn aangevuld – extra pensioen worden uitgekeerd om gaten uit het verleden te herstellen. Als het tegenzit, is de oplossing niet om er gemakshalve van uit te gaan dat het vanzelf wel weer goed komt.