Een karabijn op zolder

Vanaf de eerste zin weet je dat er iets ellendigs gaat gebeuren in de nieuwe Reisel. Puur thrillermateriaal – tot het pardoes literatuur wordt.

Dampende grafzerken. Krakende oude huizen. Bliksemflitsen. Sissende geluiden en kille ogen in het donker. Een geheimzinnige nagelaten brief. Het zou kunnen dat Wanda Reisel een paar B-filmclichés over het hoofd heeft gezien, maar veel zullen het er niet zijn.

“Boven me kraakten de balken onheilspellend, als het begin van een slechte horrorfilm,” observeert dokter Levi Levi, de ik-persoon, als het verhaal op gang begint te komen. Verderop in de roman nog een paar van zulke observaties, waaronder een verwijzing naar Hitchcock.

Als Nacht over Westwoud, het tiende boek van Wanda Reisel (1955), een film was geweest, dan een van het soort waarin elke spannende situatie wordt begeleid door enge muziek en onheilspellende schaduwen. Daar is op zichzelf niet zoveel mis mee, en Reisel komt er aardig mee weg. Vanaf de eerste zin is de sfeer geladen. De vraag is niet of er iets ellendigs gaat gebeuren, maar wanneer.

Als dokter Levi Westwoud nadert in zijn Mercedes, hoort hij een doffe bonk tegen de onderkant van zijn auto. Hij heeft een vrouwtjeseend doodgereden, blijkt. Meteen daarna kleurt de lucht ‘van het ene op het andere moment’ paarsgrijs. Subtiel? Niet echt. Wil je verder lezen? Zeker.

Dokter Levi Levi woont in de stad, is daar opgegroeid, maar hij werkt als waarnemend huisarts, wat inhoudt dat hij praktijken van andere huisartsen tijdelijk overneemt. In Westwoud, een klein dorpje, neemt hij de praktijk over van dokter Simons, een huisarts die het dorpje en alle bewoners tot in de intiemste details kent.

Levi wordt hartelijk ontvangen, maar blijft op zijn hoede, en net als hij zich enigszins thuis begint te voelen, schakelt Reisel naar een hogere versnelling. De dreiging die je vanaf het begin voelde, wordt steeds tastbaarder. De dorpsbewoners worden getroffen door raadselachtige incidenten, of ze veroorzaken ze zelf, dat is niet helemaal duidelijk. Hoe dan ook, de sfeer is grimmig.


Het heeft allemaal te maken met het naderende Offerfeest. Jaarlijks ontvangt Westwoud een lading islamieten, die in het trotse, zeer blanke dorpje honderden schapen traditioneel – dat wil zeggen onverdoofd – slachten. Daar hebben de dorpsbewoners genoeg van. Ze hebben het sowieso niet op vreemdelingen. Dat ze vrijwel niks van de vreemdelingen af weten, en al helemaal geen poging doen om zich in hun achtergrond te verdiepen, maakt hun afkeer er niet minder op. Integendeel.

Levi doet zijn best om neutraal te blijven, niet op te vallen, maar juist door die nadrukkelijke voorzichtigheid voel je dat er een punt moet komen waarop hij partij kiest, van zich laat spreken. O ja, dat er een karabijn op zolder ligt, helpt ook.

Tot zo ver lijkt Nacht over Westwoud een spannende roman waarin de nadruk op de plot ligt. Een thriller, maar dan met het oog voor detail en de terloopse karakterschetsen van de auteur die ook thuis is in de meer introspectieve, psychologische romans (zie bijvoorbeeld Reisels vorige boek, het autobiografische Plattegrond van een jeugd).

Maar terwijl de situatie in Westwoud op ontploffen staat, weeft ze er allerlei andere verhaallijnen doorheen. De geheimzinnige brief, Levi’s jeugdtrauma’s, zijn moeizame relatie met zijn vader, het afschuwelijke oorlogsverleden van zijn joodse ouders, en de vraag hoe je daarna in godsnaam verder moet leven – dit lijkt verdomme wel literatuur!

Dat is uiteraard niet het probleem. Het probleem is dat die vrij plotselinge nadruk op Levi’s achtergrond, en vooral die van zijn familie, zo sterk vloekt met alles wat daaraan voorafgaat.

Reisel zet de spanning, de dreiging dik aan, vanaf het begin, op zo’n manier dat je je meteen verheugt op de volgende clichés, in plaats van je eraan te ergeren. Je bent in goede handen, je gaat misschien niet verrast worden, maar wel vermaakt.


Het punt is: die over de top-aanpak werkt alleen als je hem consequent volhoudt. Op het moment dat Reisel grote, serieuze thema’s begint aan te kaarten, worden de bliksemflitsen, de stortregens, de kadavers, enzovoort, met terugwerkende kracht belachelijk.

De tragische echte wereld dringt opeens de wereld van de B-film binnen, en die twee verdragen elkaar niet goed. Althans, niet op Reisels manier.

De abrupte verandering van de toon, van genre bijna, is zonde, en vooral overbodig, want voor wie dat wil, heeft Nacht over Westwoud meer te bieden dan een spannende plot. Je moet altijd oppassen als je gaat interpreteren, maar het is lastig om in de even absurde als ongefundeerde vreemdelinghaat geen parallel te zien met het huidige maatschappelijke klimaat (“Wie het hardste roept, heeft zoals altijd het minste te verliezen,” constateert een van de dorpsbewoners). En Levi Levi’s persoonlijke problemen (zijn verwaterde huwelijk, de haperende omgang met zijn puberdochter, de familietwisten) zijn interessant genoeg om van hem meer dan een wandelend plotelement te maken. Zolang ze op de achtergrond blijven, niet opeens tot hoofdzaak worden gepromoveerd.

Maar goed: daar weet een fatsoenlijke scenarioschrijver vast wel raad mee. Ik heb nu al zin in de verfilming.

Wanda Reisel: Nacht over Westwoud. Contact, €19,95. Ook via ako.nl.

Dries Muus