Santje Kramer: ‘De auto is een ideale jas’

Volgens Santje Kramer, schrijfster van het boek Het Poldermodel – Loflied en klaagzang op de Nederlandse vrouw, is het niet eenvoudig je als vrouw enigszins elegant per fiets te verplaatsen. Iets wat de meesten toch proberen. Kramer: “Gelukkig vinden veel buitenlanders dat de schoonheid van de Nederlandse vrouw op de fiets uitstekend uitkomt. Maar strakke rokken moet je optrekken tot over je derrière, wollen jurkjes schreeuwen om een dameszadel, anders zit er een soort uitgelubberd stuk in ten gevolge van een puntzadel. En regen gaat niet samen met hoge hakken, panty’s en jurken van delicate stof. Vandaar dat ik de auto als de ideale jas zie.”

Die moet wel een mooie en opvallende snit hebben; met confectie neemt Kramer geen genoegen. “Ik ben opgegroeid met de Citroën DS Break; die is denk ik smaakbepalend geweest. De laatste die we hadden, was zilverkleurig, met rood pluche van binnen. Later, toen de vering het begaf, zaten we in een soort schip op volle zee, en heeft mijn vader ‘de godin’ verkocht. Nog altijd maakt mijn hart een sprongetje als ik een exemplaar zie. Mijn moeder had een auberginekleurige Mini Cooper, mijn grootmoeder een DAF. Allemaal smaakvol.” Dat was haar eigen eerste auto ook: een tweedehands Saab Turbo Cabrio. “Een kostenverslindend project. Dan weer moest de kap worden vervangen, dan weer de leidingen van het koelsysteem die door steenmarters waren doorgebeten.”

“Ik hou niet van hysterische auto’s, zoals de Hummer. Verder heb ik niet echt een hekel aan een bepaald type auto, wel aan een bepaald type rijder: de BMW-rijder.” Ze vindt het jammer dat automerken zo op elkaar zijn gaan lijken, gelikter en tuttiger zijn geworden, zoals de Range Rover. “Als ik me die auto kan permitteren, dan heb ik veel boeken verkocht, dus dat is een optimistisch beeld. Maar het is een absurde auto voor in de stad; dan liever de fantastische MGB GT in British Racing Green.

“Toen ik nog met een bepaalde ex was, kwamen er de mooiste auto’s langs: oldtimer Mercedessen, Porsches, grote Amerikanen, jeeps. De schattigste was een Renault 4CV, waarmee hij thuiskwam terwijl hij op pad was gegaan voor croissants. Pikzwart met chroom, en beige skai van binnen. Na een kleine botsing was het ding gerestaureerd, en bij het ophalen gooide mijn zoon – toen twee – een hand grint tegen de auto. De restaurateur gaf hem een schouderklopje, want zo kwam er weer nieuw werk binnen. Ik geloof dat het het verstandigst is om een degelijke, saaie auto te kopen, maar in dat opzicht ben ik niet echt verstandig.


“Een auto als jas is fijn, maar als vervoermiddel voor allerhande tweedehands zooi nog fijner. Deze bus heeft zó veel vrachten vervoerd. Bedden, kasten, tafels, dozen vol serviezen. En het mooie is dat je er zelf nog altijd royaal bij past, en met je voeten wegzakt in het hoogpolige tapijt.”

Bouwjaar: 1999

Gewicht: 2500 kg

Motorinhoud: 5,7 liter

Vermogen: 256 pk

Topsnelheid: 190 km/u

Acceleratie: altijd sneller dan je denkt

Gem. verbruik: 1 op 4,5 (LPG)

Aanschafprijs: €18.000

Erik Zwaga