Vlees, bloed en ijzer

Een goede acteerprestatie hoort eigenlijk niet als zodanig herkenbaar te zijn. Als de bioscoopganger denkt: tjonge, wat staat Jack Nicholson hier geweldig te acteren, dan is Jack Nicholson zijn doel voorbijgeschoten. De toeschouwer zou zich er immers niet (meer) van bewust moeten zijn dat hij naar een acteur zit te kijken, maar zich moeten identificeren met diens personage. Dat is een van de redenen dat ik weleens moeite heb met Daniel Day Lewis. Zijn monumentale acteerprestaties dreigen films soms te verstikken. In de befaamde slotscène van There Will Be Blood (“I drink your milkshake! I drink it up!”) zag ik vooral een acteur die een ingewikkeld kunststukje aan het opvoeren was.

Iets vergelijkbaars overkwam me onlangs bij de biopic over J. Edgar Hoover, waarin Leonardo DiCaprio zo nu en dan door zijn personage heen bleef schemeren.

Het nieuws dat de rol van Margaret Thatcher in The Iron Lady door Meryl Streep zou worden vertolkt, zorgde dus voor enige onrust. Ik was bang dat ik vooral naar een actrice zou zitten kijken die haar technische vaardigheden zou etaleren. Dat bleek onterecht.

Streep levert een formidabele acteerprestatie, maar dat besef dient zich niet zozeer aan tíjdens het kijken, maar – belangrijk onderscheid – vooral na afloop. Natuurlijk: bij aanvang is er even het onvermijdelijke moment waarop we Streep herkennen. Maar het besef dat je naar een gelauwerde actrice kijkt die in de huid van een beroemde politica is gekropen is een minuutje later al weggeëbd, en dan zien we een intrigerend personage dat zo nu en dan zowaar empathie weet op te roepen.

Dat laatste mag een verrassing heten. In de elf jaar dat ze premier van Groot-Brittannië was, werd Thatcher gevreesd, bewonderd, verguisd, bejubeld, gehaat en gerespecteerd, maar ze was nu niet bepaald een persoon die warme gevoelens opriep. Deze film toont haar – in weerwil van de titel – als een vrouw van vlees en bloed. De makers hebben dat bewerkstelligd door het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van de oude, dementerende Thatcher die gesprekken voert met haar echtgenoot Denis (sterke rol van Jim Broadbent). Die is allang overleden, en Margaret wéét dat eigenlijk ook wel, maar het neemt niet weg dat ze met hem van gedachten blijft wisselen. Een verrassende en ietwat ontwapenende invalshoek, die tegelijkertijd een efficiënte raamvertelling oplevert.


Eerlijk gezegd: die boosheid van conservatieve Britse politici over de manier waarop Thatcher in deze film wordt geportretteerd, is onbegrijpelijk. Volgens Norman Tebbit (voormalig minister onder Thatcher, onder meer van Werkgelegenheid) zou ze zijn neergezet als ‘half-hysterical’ en ‘overemotional’ en zou Streep zich schuldig maken aan ‘over-acting’. Ik zie eerder een nuancering van het kille en emotieloze imago dat Thatcher sinds jaar en dag aankleeft. Daarmee is overigens niet gezegd dat ze in deze film bewierookt zou worden. Regisseur Phyllida Lloyd toont zowel haar kwaliteiten als haar onhebbelijkheden, en slaagt er goeddeels in zich van (politieke) oordelen te onthouden. Verder verdient Lloyd complimenten voor de visuele flair die er sterk toe bijdraagt dat ik deze prachtfilm binnenkort nog maar eens ga zien.

The Iron Lady. Regie: Phyllida Lloyd. Vanaf 12 januari in de bioscoop.

Erik Spaans