Minister Kwist, een feuilleton (11)

Het leek eerder op een bevel dan op een uitnodiging. Toen hij naar beneden kwam voor het kerstontbijt lag er een enveloppe op zijn bord.
“Wat is dat?” vroeg Kwist.
Zijn vrouw zette het kerstbrood op tafel en de kerstbotervloot met roomboter. “Je kerstcadeau, poesje.” Ze had de hele tafel gedekt met het kerstservies.
“Moet ik het nu openmaken?”
“Wou je het soms meenemen naar je departement? Ik weet dat je tegenwoordig een secretaresse hebt die enveloppen voor je openmaakt.”

Het waren twee vliegtickets naar Genua en een uitgeprinte reservering voor een tweepersoonssuite voor acht dagen in Hotel Metropolis op Piazza Fontane Marose.
“Gaan we naar Genua?”
“Je hebt reces. We moeten er even uit.”
“Wij samen?”
“Tenzij je liever met je secretaresse gaat, natuurlijk. Wil je nog wat jus? Of heb je liever prosecco? Ik heb ook prosecco gekocht. Die kleine flesjes van de Albert Heijn.”
“Maar waarom Genua?”
“Waarom niet?” Daar had hij niet zo snel een antwoord op. “Ik ben nu dat ene boek aan het lezen,” zei zijn vrouw. “Van die ene schrijver. Die woont daar. Dus ik dacht – zodoende.”
Het was voor het eerst sinds jaren dat minister Ernest Kwist op vakantie ging met zijn vrouw. Vroeger deden ze dat wel natuurlijk, met de kinderen. Toen gingen ze meestal naar de Dordogne. Maar sinds de kinderen het huis uit waren, was het er eigenlijk nooit meer zo van gekomen. Hoewel het welbeschouwd makkelijker was dan voorheen. Maar op de een of andere manier hadden ze nooit de moeite genomen. Ja, ze waren bij de oudste langsgeweest toen hij een jaar in Londen studeerde. En met de jongste waren ze in Bologna geweest omdat zij daar een vriendje had en het in haar hoofd had gehaald zich daar te vestigen. Die bevlieging was gelukkig al gauw over. En vakanties waren dat niet echt geweest. Niet zoals nu. Met zijn tweeën. Zonder enig ander doel dan samen op vakantie te gaan. Kwist werd zenuwachtig bij de gedachte.
En er waren meer gedachten waar hij zenuwachtig van werd. In veel van die gedachten kwam zijn secretaresse voor. Dat waren de gedachten die hij krampachtig niet probeerde te denken. Hoe zij zich die ene nacht langzaam voor hem had uitgekleed en hoe zij de volgende ochtend naar hem had gekeken toen hij wakker werd, waarbij hij het gevoel had gehad dat hij voor het eerst sinds jaren werd aangekeken en waargenomen – hij probeerde aan al die dingen full time niet te denken.
Maar toen hij eenmaal met zijn vrouw door de steegjes van het oude centrum van Genua slenterde, kwam er een merkwaardig soort rust over hem. Ze had gelijk gehad. De schat. Dit was wat hij nodig had. Ze dronken een uitgebreid aperitief bij een leuk barretje dat vroeger een boekhandeltje was geweest op Piazza delle Erbe en hadden een voortreffelijk diner bij een Sardijns restaurant daar vlak om de hoek. En toen ze laat op de avond terugliepen naar hun hotel en een beetje verdwaalden, voelde hij zich zowaar, merkwaardig om te zeggen, gelukkig.
“Dank je wel,” zei hij.
Zij glimlachte, en toen keek ze opeens heel serieus. “Ik wil je niet verliezen, Ernest. Ik weet dat ons leven is veranderd sinds jij minister bent geworden. Het gaat niet om je secretaresse. Althans niet alleen. Je bent verzeild geraakt in een spel dat groter is dan je kunt bevroeden. Je bent in oorlog met je eigen partijleider. Maar je bent naïef. Hij zal je vermorzelen. Vrouwen zien dat soort dingen beter dan mannen. En ik weet dat ik je altijd heb aangemoedigd om meer op de voorgrond te treden. Maar ik wil je niet verliezen.”

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer