Hallo, is daar iemand?

Tien miljard bewoonbare planeten telt ons Melkwegstelsel, zo werd vorige week bekend. Ergens kan héél goed leven zijn ontstaan. Maar hoe ziet dat eruit? En wat hebben we eraan, als we er zelf nooit naartoe kunnen om dat te bekijken? Of is E.T. inmiddels al bij ons op bezoek geweest? Prangende vragen én antwoorden over buitenaards leven.

Lange tijd schoot het niet op, de speurtocht naar buitenaardse beschavingen. Er was maar een handvol sterrenkundigen mee bezig, want wat viel er eigenlijk te zoeken? Geen telescoop was in staat om planeten bij andere sterren te zien. Er staken hier en daar wel antennes de lucht in die radiosignalen uit de kosmos zouden kunnen opvangen, maar ook daar zat geen schot in. Van planeten in ons eigen zonnestelsel, zoals Mars, was niet meer te verwachten dan wat indirecte aanwijzingen voor vroeger leven: opgedroogde rivierbeddingen, dat soort werk. Interessant hoor, daar niet van. Maar toch net niet wat we allemaal willen horen. De speurders naar extraterrestrial intelligence zaten een beetje in het astronomische verdomhoekje. Maar die tijden zijn voorgoed veranderd.
De spannendste congressen van astronomen gaan tegenwoordig over ‘exoplaneten’ – hemellichamen die om andere sterren dan de zon cirkelen. Die sterren staan vele miljarden kilometers bij ons vandaan. En zoals onze eigen zon negen planeten heeft, waaronder de aarde, zo hebben die andere sterren ook begeleiders. Voorheen konden we die nooit zien. Maar dankzij krachtiger telescopen op aarde én in de ruimte worden er inmiddels aan de lopende band vers ontdekte werelden gepresenteerd.
Hun namen spreken niet echt tot de verbeelding: Kepler-22b, Gliese-581d, HD-189733b. Maar hun bestaan op zich prikkelt de fantasie. Want waar andere planeten zijn, daar kan ook ander leven zijn. De ontdekking dáárvan is de absolute heilige graal van de sterrenkunde. En het mooie is dat die elk moment, of in elk gevalcbinnen de duur van ons leven, kan worden gevonden. De laatste tijd gaat het wel héél hard met die nieuwe exoplaneten. Dat is vooral te danken aan een Amerikaanse satelliet die sinds 2009 om de aarde draait. Deze Kepler-telescoop, vernoemd naar een zeventiende-eeuwse Duitse astronoom, is in staat om de helderheid van 145.000 sterren tegelijk in het oog te houden. De waarnemingen vanaf de aarde en vanuit de ruimte hebben nu al geleid tot de ontdekking van ruim zevenhonderd exoplaneten.
Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

mark traa