Eigenlijk zou ik u dolgraag één keertje helemaal verrot willen schelden

Geachte Hu Jintao, president van China,

U en ik weten allebei maar al te goed dat ik deze speech nooit zal uitspreken. Dat dan maar in gedachten doen, lucht enigszins op – met de nadruk op ‘enigszins’. U hebt gisterochtend om 05.00 uur Nederlandse tijd Dong Xuan laten arresteren. Zij is de dochter van Ni Yulan, winnares van een Nederlandse staatsprijs, de Mensenrechtentulp. Yulan zit al langer vast in een Chinese gevangenis. Ze kon haar prijs, die volgende week dinsdag in Den Haag zou worden uitgereikt, dus niet zelf ophalen. Daarom zou haar dochter dat doen. Maar helaas, op de dag dat ze naar Nederland zou vliegen, pakten uw agenten haar op.

Ik moet zeggen: ik was er al bang voor. Ik weet namelijk maar al te goed hoe jullie dit soort dingen doen. Kille berekening is het. Als jullie Dong naar Nederland laten gaan, komen daar interviews van. Interviews waarin Dong verklaart dat haar moeder in uw gevangenis aan een hoge bloeddruk en hart-, ademhalings- en maagklachten lijdt en eind december liggend aan een zuurstofapparaat voor de rechter verscheen.

Daar heeft u geen zin in, in zulke interviews. Ze schetsen namelijk een beeld van een bruut en cynisch regime. Het alternatief, zorgen dat Dong haar moeders prijs niet kan ophalen, levert óók verontwaardigde krantenstukken op, maar de schade daarvan achten jullie – kennelijk – minder groot. Wat nieuwsberichten en boze commentaren, Nederlandse parlementariërs die mij ter verantwoording roepen – Alexander Pechtold was er inderdaad weer als de kippen bij – en daarna is het hier weer business as usual.

Dong oppakken is natuurlijk ook een signaal aan potentiële dissidenten in China zelf: ook je familie loopt gevaar als je het waagt om kritiek op ons te hebben.

Ik vind u ronduit laf. Maar ik vind ook mezélf laf, omdat ik mijn boosheid wederom alleen in omfloerste bewoordingen zal uitdrukken. Ik zal zeggen dat ik uw beslissing ‘zeer betreur’, dat er ‘reden is tot zorg’ en dat ik uw regering ‘hierop zal aanspreken’. Misschien roep ik uw ambassadeur wel ‘op het matje’, zoals dat zo mooi heet. Maar dat was het dan ook.

En ach, de Nederlandse burger heeft ook wel wat anders aan zijn hoofd. Zijn huis wordt steeds minder waard, zijn pensioen holt achteruit en of hij zijn baan houdt moet hij ook nog maar afwachten. Bovendien zijn er prangender kwesties dan Chinese dissidenten. Zoals: wordt het nieuwe tv-programma van John de Mol – uiteraard wéér een talentenjacht – net zo succesvol als The Voice of Holland? Om de urgentie van dat laatste te illustreren: gisteren mocht De Mol reclame voor zijn show maken bij Pauw & Witteman.

Eigenlijk had ik daar natuurlijk moeten zitten, om het over Ni Yulan en Dong Xuan te hebben. Maar ook al vraagt P&W me, ik kan daar natuurlijk nooit ja op zeggen. Want uw land heeft zoveel macht dat geen westerse regering u écht streng durft toe te spreken. Onze winkels liggen boordevol met goedkope, in uw land gemaakte spullen en jullie hebben zoveel geld in kas dat jullie het noodlijdende Europa bij wijze van spreken door één keer wapperen met jullie goldcard in zijn geheel kunnen opkopen. Jullie zetel in de VN Veiligheidsraad is ook een fijn drukmiddel als wij in een of ander rotland waar miljoenen mensen worden onderdrukt wat meer democratie willen.

U en wij hebben inmiddels een werkbare vorm gevonden: wij westerlingen mogen een beetje pleiten voor meer mensenrechten in China en Tibet, u doet daar vervolgens erg verontwaardigd over en daarmee is de kous af. Het is een soort ritueel. Ondertussen reist er jaarlijks een hele trits Nederlandse burgemeesters naar hun zustersteden in China om daar glimlachend en knipmessend te toosten op de excellente betrekkingen tussen uw land en het mijne, en en passant wat orders voor het regionale bedrijfsleven te bedisselen.

We lopen hier in het ‘vrije’ westen allemaal op eieren waar het de omgang met uw land betreft. Ik ook, en ik háát het. Maar ik kan niet anders. It comes with the job, dat wist ik van tevoren. Ik sus mijn geweten door mezelf voor te houden dat het voor de mensen in China goed is dat ik de lijnen met uw regime ‘open houd’, en dat mensenrechtensituatie in uw land ‘stap voor stap’ verbetert. Maar eigenlijk zou ik u dolgraag één keertje helemaal verrot willen schelden.

Ik heb begrepen dat Dong inmiddels niet meer gevangen zit, maar thuis onder toezicht is gesteld. Het mag vooral geen huisarrest heten – dat vindt u pr-technisch te akelig klinken – maar vrij om te gaan en staan waar ze wil is ze evenmin. Echter, we hebben toch maar een nieuw ticket voor haar gekocht. Zaterdagnacht vliegt ze wat ons betreft naar Nederland. 

Mag ze van u alsnog naar Den Haag? Ik geloof er niets van, maar hopelijk verrast u me.

Cynische groet,

Uri Rosenthal, minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden

boudewijn geels