Een brug te ver

Je lichaam verbouwen mag wel, maar je seksuele geaardheid kennelijk niet.

Uit het boek Two Nations, Black and White van Andrew Hacker (1992) herinner ik me een onderzoek naar racisme waaraan een parabel te pas kwam. Aan blanke studenten werd de denkbeel-dige situatie voorgelegd dat ze op last van de autoriteiten bij toverslag van huidkleur zouden veranderen. Hun verdere leven zouden ze de uiterlijke kenmerken van een zwarte hebben, terwijl hun persoonlijkheid en leefomstandigheden ongewijzigd bleven. Hoeveel compensatie voor deze (pijnloze) transformatie zou de ondervraagden redelijk lijken? De gemiddelde schadevergoeding kwam uit op jaarlijks een bedrag van een miljoen dollar voor de rest van hun leven. De studenten waren niet racistisch, iedereen omarmde de gelijkheids- en anti-discriminatiebeginselen. Maar aan het inwisselen van blank voor zwart werd een pijnlijk hoog prijskaartje gehangen vergeleken met het ideaal dat kleur er niet toe doet. Kennelijk zitten er toch behoorlijke nadelen aan de conditie ‘zwart’, in ieder geval in Amerika.

De parabel over ‘de prijs van een witte huid’ is moeiteloos over te zetten naar een andere, al even onverander-bare conditie: homo of hetero. Net als voor huidkleur geldt voor seksuele geaardheid dat men nu eenmaal zo wordt geboren, dat homo-zijn even oké en legitiem is als hetero-zijn, en dat het geen pas geeft om te discrimineren. Toch vermoed ik dat het merendeel van de perfect tolerante, onbevooroordeelde hetero’s, met het vooruitzicht om simsalabim homo te worden, óók een stevige financiële compensatie zou vragen. Ik zou dat zelf in ieder geval wel doen, omdat er onmiskenbaar nadelen kleven aan de conditie: je wordt door sommigen met de nek aangekeken (natuurlijk door verachtelijke types, maar toch), je valt vaker buiten de groep, het kost meer moeite om een gezinsleven op te bouwen, kortom, het leven als homo is door de bank ge-nomen ingewikkelder dan als hetero.


Bij een imaginaire transformatie van homo naar hetero zou de geëiste schadevergoeding weleens lager kunnen uitvallen. Ongetwijfeld zijn veel homo’s volkomen tevreden met dit aspect van hun persoonlijkheid, maar anderen waren, als ze hadden kunnen kiezen, liever hetero geweest. Gewoon omdat het minder gedoe geeft. Een sporadische homo-tegen-wil-en-dank laat het niet zitten bij dit ‘was ik maar niet zo’-gevoel en onderneemt stappen. Hij gaat in therapie bij de firma Different, een orthodox-christelijke organisatie die onorthodoxe therapiedoelen beweert te bereiken: de transformatie van homo naar hetero. Hier werden veel mensen erg boos over. Dat zoiets bestaat! Homotherapie kan niet, mag niet, is discriminerend en onwetenschappelijk.

Opmerkelijk dat het marginale gesleutel aan psychische problematiek zo veel meer opwinding teweeg brengt dan het eveneens dubieuze snij-, hak- en sloopwerk aan het lichaam. Duizenden vrouwen laten siliconenborsten implanteren, die later van inferieure kwaliteit blijken en weer moeten worden weggehaald. Transseksuele mannen laten zich tot vrouw verbouwen en andersom. Niemand verblikt of verbloost bij deze vormen van zelfboetsering, maar homo’s die hetero willen worden – dat is een brug te ver. En therapeuten die dat verlangen serieus nemen in plaats van de hulpvrager naar huis te sturen met de boodschap dat hij zichzelf moet accepteren zoals hij is, krijgen het verwijt dat zij zich niet houden aan de morele en wetenschappelijke consensus. Blijkbaar zit seksuele geaardheid nog steviger in iemands persoonlijkheid verankerd dan sekse. Anders zou er niet zo’n collectieve verontwaardiging opsteken wanneer iemand het waagt daar aan te morrelen.


Het gaat om geld en de ziektekostenverzekering, dat is duidelijk. Maar over homeo-pathie en reiki (even zinloos en onwetenschappelijk als homotherapie) in het aanvullend pakket maakt niemand zich druk. Homo’s die geen homo willen zijn houden zich niet aan de code van de homo die trots is op zijn identiteit. Zij overschrijden een taboe. Vandaar de woede over homotherapie.