Kuis logeren

‘Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn.” Zo simpel kan het zijn. De Bijbel maakt het al meteen in het eerste boek duidelijk. Jammer dat Genesis die regel vastlegde voor er sprake was verzuiling, secularisering en Happinez-kraaltjes.

Ik heb het niet op mensen die hun ideologie om hun nek dragen of op hun kofferbak plakken. Of het nu een EO-visje is of de parodie met ‘Darwin’ erin; in het merendeel van het menselijk verkeer is het van geen belang.

Minder vrijblijvend wordt het wanneer je met de liefde van doen hebt. Zij was een calviniste die God had afgezworen, ik ben een katholiek die stopte met bidden nadat ik masturbatie en popmuziek had ontdekt. We waren verliefd en ik ontmoette haar ouders. Ze baden voor het eten en lazen na afloop de Bijbel. Na de avondborrel en een streepje muziek gingen we slapen. Zij en ik, ieder in een andere kamer. Ik was dertig en voelde me behandeld als een puber van twaalf.

Terwijl de duisternis zich tussen de hanenbalken verzamelde, groeide mijn ergernis. Trouwen zouden we nooit doen. De verbintenis zou hooguit worden bekrachtigd door een ambtenaar of notaris. Hoelang moest ik deze segregatie verdragen? Dat hun dochter en ik heus weleens tot één vlees kwamen, wisten haar ouders ook wel. Alsof je ook nog eens luidruchtig gaat liggen aankleven terwijl schoonpapa een deur verderop ligt te ronken.

Geheel in lijn met mijn overtuiging dat ideologie thuishoort op debatavonden en niet aan de ontbijttafel hield ik mijn mond. Bovendien heeft eisen dat je vriendin naast je ligt een patriarchale bijsmaak. Niet dat christenen daar anders zo moeilijk over doen. Maar goed, hun huis, hun regels.

En toch. Als ik diezelfde, bijzonder aimabele Ouders bij mijn thuis op bezoek had, dan verbood ik ze natuurlijk nooit om te bidden voor het eten. Hoe kleinzerig zou het zijn om te zeggen: “Gods milde hand danken voor deze spijs? sorry, ik heb ervoor betaald. Een boer is serieus Onderdrukt voor de koffie. En nu we het toch over de Heere hebben, denken jullie nu werkelijk dat godsdienst een…” Dat doe je je gasten toch niet aan? Julius Caesar Roemde al de gastvrijheid in de Lage Landen. Nog voor Christus geboren was, overigens.


Door het imploderen van haar verliefdheid ben ik nooit te weten gekomen hoeveel kuise logeerpartijtjes ik zou hebben moeten verdragen. God heb ik nog steeds niet hervonden. Al zou ik hem onderhand wel eens willen aanroepen. Maar dan zoals de dichter Vladimir Majakowski ooit deed: “Almachtige, jij verzon een paar armen, jij verzorgde ons hoofd daartussen, – waarom heb je niets verzonnen dat maakt dat men zonder gemartel kan kussen kussen en kussen?!”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Thomas Blondeau