Party time

“Nog even en de eurofielen hebben het tij mee,” voorspelde Guy Verhofstadt afgelopen zondag in Buitenhof. En: “Hoe dieper de crisis, hoe meer Europa we nodig hebben.” De oud-premier van België behoort tot de rasoptimisten die de eurocrisis vooral maar willen zien als een ‘kans’.

Meer Europa betekent domweg meer gewicht op de wereldmarkt, die toch al steeds meer wordt gedomineerd door landen buiten de Europese Unie.

Zo zagen we de onwaarschijnlijk snelle opkomst van economieën in de zogeheten BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China), maar de Britse econoom Jim O’Neill stelt in zijn boek The Growth Map dat die van de Next Eleven eraan zit te komen: Bangladesh, Egypte, de Filippijnen, Indonesië, Iran, Zuid-Korea, Mexico, Nigeria, Pakistan, Turkije en Vietnam. De wereldeconomie blijft groeien, beweert O’Neill, en daar kan een hecht Europa van profiteren. Om maar eens wat te noemen: vermogende Chinezen rijden het liefst in een Mercedes, en dat is goed nieuws voor de Duitse autoindustrie. In economische zin is het party time, aldus O’Neill.