Ministers moeten geen oorlogje spelen

Ivo Opstelten is een man van woorden, maar is hij ook van de daden? De minister van Veiligheid en Justitie heeft weinig minder dan de oorlog verklaard aan de Hells Angels en alle andere criminele ‘outlaw bikers’. Dat is de strekking van zijn brief, vandaag aan de Kamer verstuurd, en de toelichting die hij daarop vanochtend gaf op Radio 1.

Op de hem bekende, ronkende wijze fulmineert de VVD-politicus tegen zaken als ‘afpersing, intimidatie, drugs- en wapenhandel, geweld en zelfs moord’ waarbij criminele motorclubs betrokken zouden zijn. ‘Met krachtige hand’ trekt de overheid ten strijde, klinkt het daadkrachtig en ‘burgemeesters, politie, Openbaar Ministerie en de FIOD zullen op één lijn het kwaad bestrijden’ opdat ‘kwalijke praktijken niet meer gecontinueerd’ kunnen worden. De ‘overheid laat zijn gezicht zien’, want ‘daar is ze voor’. En zo gaat het maar door.

Sommige van die ‘outlaw bikers’ zijn inderdaad geen lieverdjes, maar als je Ivo Opstelten hoort, begin je zijn intenties bijna te wantrouwen. Die stoere praat van hem dient een heel ander doel, en vermoedelijk een electoraal. Reken erop dat de VVD-kiezertjes het heerlijk vinden als dit kabinet, hún kabinet, de criminaliteit nog voor een laatste maal waarschuwt. Of is de opgewonden toon en dito woordkeuze een schreeuw om aandacht van een bewindspersoon die als gevolg van de alles opeisende eurocrisis en bijbehorende bezuinigingsoperaties in de luwte is terechtgekomen?

Het doet denken aan die keer dat Opstelten ooit als burgemeester van Rotterdam een aantal relschoppers in zijn stad neerzette als ‘schorriemorrie’ en ‘tuig van de richel’. Hij deed dat met zoveel ingehouden woede dat het haast komisch werd en we even dachten te maken te hebben met een typetje van Kees van Kooten.

Ministers moeten geen oorlogje spelen.

frans van deijl