De prijs van seks

Iedere week een artikel in zijn geheel op de site. Deze week de column van Esther van Rijswijk. Hoogopgeleide mannen hebben de vrouwen voor het kiezen, laagopgeleide niet.

Dagblad NRC Handelsblad dook afgelopen weekeinde op jonge studentes. Daarvan zijn er te veel, zo concludeert de krant. Althans, er is ‘een overschot aan hoogopgeleide vrouwen’. Vrouwen zijn wat de populatie op universiteiten betreft blijkbaar de maat der dingen, want toen het daar een jaar of twintig, dertig geleden nog wemelde van de mannen, hoorden we nooit iets over een ‘mannenoverschot’. Dat heette toen in het beste geval een ‘vrouwentekort’. Zo bezien moeten we nu dus spreken van een tekort aan mannen in het hoger onderwijs, en in het verlengde daarvan, inmiddels ook in de rechtelijke macht, de advocatuur, de zorg en het onderwijs. Maar hoe we het ook noemen, de feiten zijn duidelijk: er studeren meer vrouwen in het hoger onderwijs, ze studeren sneller af en behalen hogere cijfers dan mannen. In 2010 was 58 procent van de afgestudeerden vrouw. En al die hoogopgeleide vrouwen willen een hoogopgeleide man. Bingo dus voor de mannen met een universitair diploma, concludeert de NRC. Die hebben keuze genoeg, en hoeven hun verlangens en driften niet langer onder stoelen of banken te steken. Hoogopgeleide mannen in het randstedelijke datingcircuit schijnen zonder enige gêne kunnen zeggen: “Ik wil alleen maar seks,” en daar nog succes mee boeken ook.
De economie van seks is als die van alle andere zaken: wordt het aanbod schaars, dan stijgt vanzelf de prijs. Een relatief klein aantal mannen krijgt vanzelf aandacht van meer vrouwen. Mannen hebben – eindelijk? – de macht op de seksmarkt. Tenminste, hoogopgeleide mannen. Maar wat betekent dit voor de macht van mannen in het algemeen? Laten we eerst de stelling onderzoeken. Dat hoogopgeleide mannen meer seksmacht hebben is alleen waar als de aanname klopt dat hoogopgeleide vrouwen een hoogopgeleide man willen. Dat lijkt inderdaad het geval, en heeft wellicht te maken met het feit dat vrouwen hun hoge opleidingsniveau niet weten om te zetten in economische macht en rijkdom. Ze studeren sneller en slimmer af maar bereiken zelden de top. Voor rijkdom hebben ze – gemiddeld genomen, ik kan dat niet vaak genoeg zeggen – nog steeds mannen nodig.
Ik laat even buiten beschouwing of dat komt door een glazen plafond of een gebrek aan ambitie van vrouwen. Aan een verklaring van dat laatste waag ik me al helemaal niet. Als het al waar is dat vrouwen geen carrière nastreven, is dat dan een gevolg van een cultureel opgelegde terughoudendheid of is het een geëmancipeerde vrije keus? Vrouwen willen een man die minstens even hoogopgeleid is als zijzelf. Dat mag goed nieuws zijn voor de schaarse man met een universitair diploma op zak, voor de rest van het sterke geslacht is het slecht nieuws. Want op alle leeftijdsniveaus zijn vrouwen beter opgeleid. Hoe verder we de opleidingsladder afdalen, hoe moeilijker mannen het hebben. De groep vrouwen die even hoog of lager opgeleid zijn, neemt immers af naarmate hun eigen opleidingsniveau daalt. Helemaal onder aan de sociale ladder hebben mannen ’t het zwaarst: als vrouwen daar geen geschikte man vinden, doen ze het zonder. In achterstandswijken leven veel vrouwen alleen, eventueel met hun kinderen. Het diploma- en werkloze soort man dat zich daar aanbiedt kost meer dan hij opbrengt, en daar voelen vrouwen niets voor. Daarin zijn ze anders dan mannen, die – zo zien we overal om ons heen – wel bereid zijn om een vrouw te financieren.
Het is natuurlijk een extreem voorbeeld, maar ook gezinnen waarin een laagopgeleide man minder verdient dan zijn vrouw, komen amper voor. Het tekort aan mannen aan de bovenkant gaat dus samen met oplopende overschotten aan mannen in de lagere opleidingsklassen. Al met al is dat slecht nieuws voor deze mannen. Op de huwelijksmarkt verzwakt hun positie, en op de arbeidsmarkt zullen ze de concurrentie van vrouwen steeds meer gaan voelen. Alleen de allerhoogste opleiding helpt nog.

esther van rijswijk