Mede dankzij Van Kooten en De Bie was kritiek op de multiculturele samenleving jarenlang taboe

Het kan dankzij alle voorpubliciteit niemand zijn ontgaan: de VPRO zendt vanaf zondag een documentaireserie uit over Kees van Kooten en Wim de Bie. ‘In drie programma’s praten ze met Nipkow-winnaar Coen Verbraak openhartig over hun bijzondere en omvangrijke oeuvre,’ zo meldt de officiële aankondiging. Dat belooft dus wat.

Ik hoop dat Verbraak bij het maken van zijn documentaireserie één van de wel zeer ‘bijzondere’ aspecten van het – inderdaad – omvangrijke oeuvre van Van Kooten en De Bie niet over het hoofd heeft gezien. Ik doel dan op hun rol als moraalridders. Want Van Kooten en De Bie waren nooit alleen maar grappig. Ze leverden met hun humor ook commentaar op de actualiteit en omdat zo veel (vooral hoogopgeleide) mensen van dat commentaar kennis namen, werden ze als vanzelf invloedrijke opiniemakers.

Misschien denkt u in dit verband gelijk aan het roemruchte duo Jacobse en Van Es. En inderdaad: mede dankzij deze succesvolle creatie van Van Kooten en De Bie werd kritiek op het Nederlandse integratie- en immigratiebeleid tot ver in de jaren tachtig geassocieerd met patjepeeërs en proleten. Fatsoenlijke mensen keken om die reden wel uit om openlijk iets kritisch over de multiculturele samenleving te berde te brengen.

Frits Bolkestein was de eerste fatsoenlijke politicus die begin jaren negentig met die gewoonte durfde te breken. Tot groot ongenoegen van Van Kooten en De Bie, kijkt u maar eens hier en hier

Maar het opmerkelijke was: opeens hielp het niet meer. Wat Van Kooten en De Bie ook tegen Bolkestein probeerden, het haalde niets uit. Hoe kwam dat? Ik ben erg benieuwd naar het antwoord op die vraag. Misschien dat we het na het zien van Coen Verbraaks documentaireserie weten.

roelof bouwman