Minister Kwist, een feuilleton (13)

In de week in de aanloop naar de presentatie van de conclusies van het Strategisch Beraad en het partijcongres van de dag erna hield Maxime Verhagen zich opvallend stil. Er was volop media-aandacht voor de nieuwe koers van het CDA en voor alle mogelijke kandidaten voor het partijleiderschap, maar Verhagen wist zichzelf volledig buiten beeld te houden.

Ernest Kwist begreep dat maar al te goed. In diens positie had hij precies hetzelfde gedaan. Die conclusies van het Strategisch Beraad die door toedoen van Kwist al waren gelekt naar de pers, vormden een frontale aanval op Verhagen. Die klap was aangekomen, daar was Kwist zeker van. Maar natuurlijk was Verhagen intelligent genoeg om te beseffen dat hij niet op zijn beurt de frontale tegenaanval kon kiezen door zich te distantiëren van de koers die het Strategisch Beraad voor ogen had. Dat zou politieke zelfmoord zijn, want Verhagen wist dondersgoed dat de conclusies van het Strategisch Beraad door het partijcongres zouden worden omarmd. Zijn strategie was voorspelbaar. Hij zou zich onthouden van elk commentaar, en misschien al tijdens het congres of in elk geval op een later moment de politieke overwinning van de linkervleugel proberen te annexeren door te verklaren dat de nieuwe koers in feite een bevestiging was van zijn eigen oude koers. Daar was hij een meester in. Op het vorige partijcongres, dat werd overheerst door de kwestie van dat Angolese jongetje dat dreigde te worden uitgezet, had hij precies hetzelfde gedaan: de motie die opriep het regeringsbeleid in dezen te herzien, werd met virtuoze brutaliteit uitgelegd als steun aan het regeringsbeleid. Zo zou het mutatis mutandis nu weer gaan, verwachtte Kwist.
En intussen had Verhagen tijd nodig om zijn troepen te hergroeperen. Dat gaat nu eenmaal het beste vanuit de luwte. Kwist achtte het niet uitgesloten dat Verhagen vlak voor het partijcongres met een afleidingsmanoeuvre zou komen om zijn machinaties in de achtergrond nog meer aan het zicht te onttrekken.
En ja hoor. Die afleidingsmanoeuvre kwam er. En Kwist moest lachen om de geniale brutaliteit ervan. Wat een sluwe schurk was die Verhagen. Hij schoof zijn eigen staatssecretaris en trouwste adjudant naar voren om zich openlijk kandidaat te stellen voor het partijleiderschap. Uitgerekend hem: Henk Bleker, die ooit de bescheiden functie bekleedde van interim-voorzitter, toen de bescheiden rol speelde van bliksemafleider voor Verhagen bij de formatie en bescheiden als hij was in alle toonaarden ontkende dat hij een kabinetspost ambieerde. Nog geen week later was hij staatssecretaris. En intussen had hij zich onmogelijk gemaakt door dat Angolese jongetje op televisie uit te nodigen voor een voetbalwedstrijd, en onlangs nog was hij in opspraak geraakt vanwege een relatie met een dertig jaar jongere journaliste. Om uitgerekend hem als kandidaat-lijsttrekker naar voren te schuiven grensde aan het groteske. Kwist kon die zet waarderen, zoals een schaker soms kan lachen over een creatieve zet van zijn tegenstander. En Bleker speelde zijn rol met verve in de media. Dat haalt je de koekoek. Hij was de meest ijdele bewindspersoon van het team. Waarschijnlijk was hij zelf ook nog gaan geloven in zijn rol.
Het was niet echt moeilijk om die zet te beantwoorden. Maar het moest wel gebeuren. Die affaire met dat jonge vriendinnetje moest vlak voor het congres even worden opgerakeld. Kwist belde De Telegraaf en suggereerde dat zij misschien weleens op regeringskosten meevloog op buitenlandse reisjes van Bleker. Dat bleek nog waar te zijn ook. Althans, waar genoeg voor De Telegraaf om er de voorpagina voor vrij te maken. Daarmee was Bleker voorlopig afdoende geneutraliseerd.
Maar Bleker was natuurlijk niet het echte gevaar. De serieuze tegenstand zou uit een andere hoek komen. Kwist nam zich voor om tijdens het congres zijn ogen open te houden.  •

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer