Erotisch kapitaal

Het feminisme dat een sexy uiterlijk promoot: dan zijn we terug bij af.

Ik heb een hekel aan decolletés. Op een glamourfeest, alla, en bikini’s op het strand zijn ook oké, maar in het dagelijks leven op het werk, bij vergaderingen of borrels, in de tram, achter balies: daar zie ik ze liever niet. Decolletés zijn opdringerig. Het gepronk wekt bij mij korzelige gedachtes in de trant van: kun je die borsten niet bij je houden? Ik wíl er helemaal niet naar kijken, maar je blik wordt automatisch naar dat gegleufde vleesbalkon toe gezogen. Het zal de kift wel zijn, want voor mezelf zou er zo’n opstuwende HEMA-beha, waarvoor een man als model wordt ingezet, aan te pas moeten komen om een effect te sorteren dat in de verte lijkt op een passabel decolleté. Daar ga ik niet aan beginnen – te veel moeite.

Volgens Catherine Hakim, een Britse sociologe die in Opzij wordt geïnterviewd over haar boek Honey Money – The Power of Erotic Capital, bestaan er geen lelijke vrouwen, alleen luie vrouwen. Hakim ziet erotisch kapitaal (fysieke en sociale aantrekkelijkheid) als een sleutel voor meer emancipatie, en moedigt vrouwen van harte aan om hun talenten op dit gebied meer in de strijd te gooien dan gebruikelijk is. Sexy zijn is feministisch! Kom maar op met die korte rokjes, huidklevende jurkjes, stilettohakken en gapende decolletés. Als vrouwen werkelijk de macht willen, zullen ze aan de slag moeten met botox en kleurspoeling en regelmatig bezoekjes aan de manicure brengen. En natuurlijk de HEMA-mannenbeha omgorden.

Ik vrees met grote vreze dat Hakim mij op het oog heeft, wanneer ze het over ‘luie vrouwen’ heeft. Als ik ergens een toonbeeld van ben, dan wel van het cliché ‘vrouw met te weinig aandacht voor haar uiterlijk’. Zo een die denkt: ach, zolang de kleren schoon zijn en het haar gewassen, kan het er best mee door. Spijkerbroeken, T-shirtjes, jasjes, en als het buiten warm is een fladderjurkje. Saai en nondescript. Ik zou er meer aandacht aan moeten schenken, maar ik heb het niet op winkelen.


Make-up is ook al niet mijn ding. In mijn jonge jaren was ik voldoende met mezelf ingenomen om te denken: dat heb ik niet nodig, ik ben al aantrekkelijk genoeg; tegenwoordig denk ik dat make-up toch niets meer helpt, dus kan ik het net zo goed weglaten.

Nu had ik wel het geluk dat ik jong was in de jaren zeventig en tachtig, toen feminisme nog stond voor de vrijheid van vrouwen om zich te onttrekken aan gevestigde meningen over wat een vrouw mag doen in haar leven en hoe ze eruit moet zien. Ik heb me nooit tot de tuinbroek aangetrokken gevoeld, maar het idee ‘naturel uiterlijk’ sprak me wel degelijk aan: jezelf aan de buitenwereld kunnen vertonen zonder dwingende vrouwelijkheidsparafernalia als insnoerende korsetten, prothetische beha’s, zweterige panty’s en zonder jezelf eerst met behulp van krultangen en verf te hebben opgedirkt – zoals mannen ook naturel de deur uitgaan om zich met de wereld te bemoeien.

De naturel stijl kwam voor luie vrouwen als ik goed van pas, maar naturel was zeker niet verplicht. Vanzelf-sprekend deden ook destijds veel vrouwen speciale moeite om sexy en aantrekkelijk voor de dag te komen. Met vaak bewonderenswaardige resultaten – het is verre van mij om minachtend te doen over mooie, sexy vrouwen (zolang ze zich een beetje inhouden met de decolletés). Maar in het ouderwetse jarenzeventigfeminisme gold het exploiteren van vrouwelijke charmes nadrukkelijk niet als een methode om de emancipatie te bevorderen. En ik vind het heel eigenaardig dat dat nu wel gebeurt.

Erotisch kapitaal (aantrekkelijkheid, jeugdigheid, een verleide-lijke oogopslag) is nu net het enige kapitaal waar vrouwen sinds mensenheugenis over beschikken, hun enige hefboom om iets van macht uit te oefenen, waar ook allang iedereen voor buigt. Het feminisme wilde juist andere soorten kapitaal voor vrouwen toegankelijk maken: werk, autonomie, geld. Met het promoten van vrouwelijke charmes als motor voor de emancipatie vernietigt het feminisme zijn eigen raison d’etre.