Je verzint het niet

Nazikopstuk Reinhard Heydrich werd in 1942 doodgeschoten. Voor de mede-architect van de Holocaust is de laatste jaren flink wat belangstelling. Over de fanatieke jodenhater verschenen een roman en een biografie.

Vorige maand was ik in Praag en op een uitgestorven zondagmorgen kon ik niet nalaten een kleine bedevaart te maken. Ik bezocht een aantal plaatsen die altijd gelieerd zullen blijven aan de naam van Reinhard Heydrich, de beul van Hitler, ook wel ‘de slager van Praag’ geheten.

De persoon Heydrich was al enigszins voor mij gaan leven tijdens het proces tegen de kampbewaker Iwan Demjanjuk, dat ik voor de Volkskrant mocht verslaan. Demjanjuk werkte in het vernietigingskamp Sobibor. Deze fabriek des doods werd gebouwd na de Wannseeconferentie van 20 januari 1942, waar de beslissing werd genomen om alle Europese joden te vernietigen. Heydrich was voorzitter van die conferentie.

Toen Heydrich vier maanden na de Wannseeconferentie bij een aanslag werd doodgeschoten door twee Tsjechische verzetsstrijders, verhevigden de nazi’s hun inspanningen betreffende de Holocaust. De operatie waarbij honderdduizenden joden werden opgepakt en gedeporteerd en waarbij het radertje Demjanjuk in Sobibor terechtkwam, had de codenaam Reinhard(t). Inderdaad, een eerbetoon aan de man die volgens de Duitsers zo lafhartig was abgeknallt.

De wraak van de Duitsers was vreselijk. Zij overtrof zo’n beetje alles wat ze op dat gebied al hadden gepresteerd. Zij maakten onder meer het dorpje Lidice, vijftien kilometer buiten Praag, met de grond gelijk. De mannen werden geëxecuteerd, de vrouwen en kinderen naar een kamp gestuurd. Alleen kinderen met een arisch uiterlijk bleven gespaard: zij moesten naar Duitsland.

Wat mij ook aanzette tot de bedevaart, was Laurent Binets bestseller HhhH – Himmlers hersenen heten Heydrich. Hierin onderneemt de jonge Franse auteur een persoonlijke zoektocht naar de Duitser. HhhH, gepresenteerd als een roman, werd in 2010 onderscheiden met de Prix Goncourt. HhhH bevat meer non-fictie dan fictie, al is het misschien eerder literatuur dan geschiedschrijving.


Op die zondagmorgen in Praag bracht een taxi mij naar Lidice. Op een heuvel staat een klein museum. In het dal wordt gewerkt aan een soort herdenkingspark. Het lot van Lidice vertoont grote overeenkomsten met dat van het Nederlandse Putten. In beide stadjes werd praktisch de totale bevolking uitgemoord, nadat er een aanslag was gepleegd op een Duitse machthebber. Bovendien: zowel Rauter (die door de actie in Putten werd gewroken) als Heydrich reed in een cabriolet. Verschillen zijn er ook. Rauter overleefde twee aanslagen (bij de eerste zat hij niet eens in de auto). Voor Heydrich was een tweede aanslag niet nodig. Gewond haalde hij het ziekenhuis, en als hij zich op tijd had laten opereren, was er vermoedelijk niets aan de hand geweest. Maar Heydrich vertrouwde de Tsjechische chirurg niet en liet er een uit Duitsland komen. Dat kostte tijd, waardoor hij een infectie opliep. Als er toen in Praag antibiotica waren geweest, had Heydrich het overleefd. Maar die waren er niet, en hij stierf op 4 juni 1942. Hij kreeg een staatsbegrafenis, waarop Himmler (zijn mentor) en Hitler (zijn idool) geëmotioneerde toespraken afstaken.

De nazi’s waren destijds nogal trots op represailles. De vernietiging van Lidice werd breed uitgemeten in de Duitse bioscoopjournaals. Hoe wereldvreemd ze in 1942 waren, blijkt uit het feit dat zij tamelijk verrast reageerden op de negatieve publiciteit die hun daad internationaal opriep. Niks eer en wraak, maar afschuw over zinloos bloedvergieten. Bij Mexico City en Caracas werden dorpjes gesticht die zich ook Lidice noemden. Dat was niet helemaal de bedoeling; aan latere wraakacties gaven de Duitsers dan ook minder publiciteit.


Na Lidice reden wij terug naar de Praagse binnenstad, naar de kerk waar de aanslagplegers Jozef Gabík en Jan Kubi zelfmoord pleegden toen de Gestapo hen dreigde te arresteren. Hun onderduikadres was verraden. De kogelgaten zitten nog in de buitenmuur. Die zijn zorgvuldig geconserveerd. Even voorbij de kerk is het cafeetje waar Binet in HhhH aan refereert. Aan de muren hangen foto’s van de aanslag. De open BMW van Heydrich, die door een granaat is getroffen, prachtig in zwart-wit. Zittend aan een tafeltje kun je de afbeeldingen nog eens goed bekijken en ondertussen goulash eten en een pilsje drinken. Het leven is zo slecht nog niet voor een toerist die in geschiedenis is geïnteresseerd.

Lang was het leven van Heydrich in nevelen gehuld, maar nu is hij ontdekt als historisch onderwerp. Terug in Nederland zie ik dat Hitler’s Hangman – The Life of Heydrich is vertaald. Deze biografie van Robert Gerwarth is na de roman van Binet verschenen. Rijst de vraag: wat is indrukwekkender, de roman of de biografie? De fictie of de non-fictie?

Dan wordt het uiteindelijk toch de biografie. In dit geval is de werkelijkheid zo gruwelijk en zo fascinerend, dat geen fictie daar tegenop kan. Zelfs niet die van een getalenteerd schrijver. Gerwarth beschrijft het leven van Heydrich minutieus zonder langdradig te worden. Integendeel, nog vierhonderd pagina’s over Heydrich zouden geen probleem zijn. Maar desondanks zou Heydrich nog steeds een mysterie blijven, vermoed ik.

Want het meest verwonderlijke aan het leven van deze kampioen onder de oorlogsmisdadigers is dat hij een uitstekende opvoeding heeft genoten. Zijn vader beheerde een conservatorium en kreeg erkenning voor de opera’s die hij componeerde. Zelf was Reinhard geen onverdienstelijk violist. Hij had een helder verstand; niets wijst erop dat hij in zijn jeugd werd gedwarsboomd door een jood of een groep joden. Het is waar dat zijn carrière bij de marine vroeg werd beëindigd en dat Heydrichs arrogante houding daaraan bijdroeg. Maar dat kan toch niet definitief verklaren dat Heydrich uitgroeide tot een van de fanatiekste jodenhaters en tot de architect van de Holocaust. Naast Hitler is Eichmann lang beschouwd als de vertegenwoordiger van het absolute kwaad, maar Heydrich was in de Duitse gezagsstructuur de baas van Eichmann. Terecht merkt Gerwarth op dat Heydrich, had hij de aanslag overleefd, in Neurenberg zonder meer de doodstraf had gekregen. Tenzij hij natuurlijk eerder zelfmoord had gepleegd.


Thuis was Heydrich de ideale vader: na de oorlog hebben zijn kinderen nooit afstand van hem willen nemen, zijn vrouw Lina evenmin. Het grote raadsel van het nazisme is toch dat het miljoenen mensen heeft laten geloven in rassentheorieën, die elke wetenschappelijke basis ontbeerden. Integendeel, in veel gevallen waren de Duitse universiteiten de drijvende kracht achter al die flauwekul. Dat stemt tot nadenken over het kuddegedrag van de mens.

Robert Gerwarth: ‘Hitlers beul – Leven en dood van Reinhard Heydrich (1904-1942).’ Vertaald door Gerrit Jan Zwier. Balans, €24,95. Ook via ako.nl.

Max Pam