Lauren Verster

Lauren Verster (Den Bosch, 1980) is televisiemaakster. Binnenkort presenteert zij een nieuw programma, Lauren en Tim zijn de Bob.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Blij, maar ook wel lichtelijk zenuwachtig. In mijn nieuwe programma moet ik alles tegelijk doen: ’s nachts door de stad rijden, de juiste route nemen, goed luisteren naar de geïnterviewde terwijl ik voortdurend via een oortje aanwijzingen krijg. Multitasken dus, iets wat ik als vrouw toch zou moeten kunnen.

Wie zijn uw helden?

Mensen die hun nek uitsteken om het leven extra diepte te geven. Bijvoorbeeld door in hun eentje op een toneel te gaan staan om anderen iets te vertellen. En daarbij het risico nemen totaal te mislukken en werkloos te worden.

Aan wie ergert u zich?

Aan werkstudentes in koffietenten die je een lauwe cappuccino serveren met een telefoon aan hun oor en een kater.

Lijkt u op uw vader?

Ja. Dat eeuwige, rusteloze zoeken naar… tja, naar wat eigenlijk? Mijn vader las allerlei boeken over filosofie. En ik stel vragen in mijn programma’s.

Wat zijn uw dagdromen?

Dat ik de heldin ben. Dat ik een kind uit het water red en alle omstanders het zien. Heel gnant, eigenlijk.

Wat is uw grootste angst?

Dat ik niet kan stoppen met piekeren. Dat de maalmachine gaat draaien en ik hem niet kan stilzetten.

Bidt u weleens?

Nee. Mijn ouders hebben me ook niet gelovig opgevoed. Ik heb wel op een katholieke school gezeten, waar we vier keer per dag moesten bidden, maar ik was samen met Mohammed de enige in de klas die niet was gedoopt.

Bent u aantrekkelijk?

Als ik blij ben, vind ik dat ik met een kam door mijn haar en wat lipgloss een aardig eind in de goede richting kom.


Wat is uw definitie van geluk?

Dat ik kan leven op mijn intuïtie en niet hoef na te denken. Dan gaat alles vanzelf.

Waar schaamt u zich voor?

Ik moest ooit voor een programma als clown verkleed door de stad lopen om kinderen aan het lachen te maken om vervolgens in een vijver te vallen. Tenenkrommend. Ik kon dat helemaal niet.

Bent u monogaam?

Ja. Ik wil geen andere man dan mijn huidige vriend. Maar ik heb makkelijk praten, want ik heb pas een jaar verkering.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Eergisteren, toen ik voor het eerst zat te lezen in de dichtbundel Einde en begin van Wislawa Szymborska.

Hoe moedig bent u?

Moedig genoeg. Ik heb een lange aanloop nodig, maar dan ga ik er ook vol tegenaan. Dan zou ik een kantoor kunnen binnenstormen en onmiddellijk ontslag kunnen nemen.

Wat is uw grootste ondeugd?

Dat ik toch weer bij elke ingrijpende gebeurtenis naar de winkel ren voor een pakje peuken. Hoewel ik al heel lang niet meer rook.

Van wie heeft u het meeste geleerd?

Van de mannen met wie ik een relatie heb gehad. De eerste was kunstenaar en heeft me leren kijken. De tweede leerde me dat er schoonheid in stilte zit. En mijn laatste ex heeft me geleerd hoe heerlijk het is om bandeloos lol met elkaar te trappen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Empathie, interesse, humor.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Precies dezelfde.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?

Ik zou graag heel grappig willen zijn, zoals Hans Teeuwen.


Hoe ontspant u zich?

Ik ren door het park met mooie muziek op. Om daarna een lauwe cappuccino te halen bij de telefonerende studentes.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn huidige vriend, Jort.

Van wie houdt u het meest?

Van hem. Maar ik praat er niet vaak over. Want wat ik zeg wordt altijd uitvergroot.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?

Ik heb genante televisieprogramma’s gemaakt. Maar de grootste mislukking is de traagheid waarmee ik ingesleten patronen en gevoeligheden bij mezelf verander.

Gelooft u in God?

Nee. Alhoewel het me wel lekker lijkt om te geloven. Maar ja, praat het jezelf maar eens aan.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Weinig. Ik heb me altijd netjes gedragen. Alleen in de liefde zijn genadeloze klappen gevallen. Maar dat moest gewoon.

Waaraan bent u het meeste gehecht?

Aan mijn laptop. Die is me echt heilig. Alles staat erin: mijn privéfoto’s, mijn werk, mijn nieuwe ideeën, mijn dagboek, brieven aan vrienden en aan mezelf.

Wat is de beste plek om te wonen?

Mijn buurtje in Amsterdam-West. Ik woon in een straat waar je buurvrouw je komt helpen als je lamp kapot is. Dat heb je niet snel in een grote stad.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

De legbatterijkip. Ik ben een keer in zo’n bedrijf geweest en ik ben zo blij dat dat de legbatterij sinds dit jaar is afgeschaft.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Door op je intuïtie te vertrouwen en je niet ergens in te laten kletsen door anderen.

Wat is uw devies?

Een devies? Nee, daar doe ik niet aan. Dat vind ik vaak zulke dooddoeners.

Renate van der Zee