Man en paard

In 2004 werd in het Londense Hyde Park een monument onthuld ter nagedachtenis aan alle dieren die in Britse krijgsdienst zijn gesneuveld. Het gaat onder meer om ezels, honden, duiven, olifanten, ossen, kamelen, katten, kanaries en glimwormen (!), maar het monument is toch vooral een eerbetoon aan paarden. Daarvan sneuvelden er alleen al in de Eerste Wereldoorlog acht miljoen: een duizelingwekkend aantal dat zo’n monument volledig rechtvaardigt. Sinds 1982 bestond er al een monumentje voor die paarden in de vorm van het kinderboek War Horse van de Brit Michael Morpurgo. Dat gaat over een jongen die niet kan verhinderen dat het paard dat hij van jongs af aan heeft opgevoed door het leger wordt opgekocht. De Eerste Wereldoorlog is uitgebroken en het paard wordt ingezet aan het front in Frankrijk. De jongen kan dat niet verkroppen. Zodra hij de vereiste leeftijd bereikt heeft, meldt hij zich als vrijwilliger in het leger in de hoop met zijn paard te worden herenigd.

Het boek van Morpurgo vormt een slimme variatie op een ietwat uitgekauwd thema. Verhalen over de bijzondere relatie tussen (jong) mens en dier vormen immers een dankbaar recept voor succesvolle kinderlectuur. In het eerste bedrijf bloeit er steevast een fijne vertrouwensrelatie op, die in het tweede bedrijf wreed wordt verstoord. Aan het slot van het derde bedrijf kunnen we dan een traantje wegpinken als het – toch nog onverwacht – tot een hereniging van mens en dier is gekomen.

Wat Morpurgo’s boek zo effectief maakt is het decor. De lotgevallen van het paard vormen een originele manier om de gruwelen van de oorlog aanschouwelijk te maken. Maar dat is niet de enige reden dat dit verhaal binnen het enorme oeuvre van Morpurgo (hij schreef ruim driehonderd boeken, vooral over dieren) een speciale plaats inneemt. War Horse heeft een aanzienlijk deel van zijn faam te danken aan een indrukwekkende theatervoorstelling waarbij de paarden de vorm van houten staketsels hebben die door – duidelijk zichtbare – acteurs worden voortbewogen. Een virtuoze variatie op poppenspel, die met zoveel vernuft en vaart wordt uitgevoerd dat War Horse zowel in Londen als New York uitgroeide tot een theaterhit.

Dat succes maakte een verfilming welhaast onvermijdelijk. En aan wie kun je zo’n melodrama over een jongen en z’n paard nu beter uitbesteden dan aan Steven Spielberg? Die had de lastige taak recht te doen aan alle ellende van de Eerste Wereldoorlog en tegelijkertijd een film te maken die er toch ook weer niet al te stevig inhakt en geschikt is voor (oudere) kinderen. Dat is aardig gelukt.


War Horse begint als een weelderig plattelandsdrama met glooiende landschappen, snaterende ganzen en rustieke boerderijen. Als de oorlog zich aandient, neemt de film de vorm aan van een ouderwets epos vol kanongebulder en hoefgetrappel om – vele omzwervingen en ontberingen later – weer te eindigen zoals het begon: als verhaal over een man en z’n paard. Bij de ontknoping mag worden vastgesteld dat het sentiment er (te) dik bovenop ligt. Een goed moment om ‘klef’ te roepen terwijl je nog snel even die ene traan uit je ooghoek veegt.

War Horse. Regie: Steven Spielberg. Vanaf 2 februari in de bioscoop.

Erik Spaans