Vive la vie bohème!

De Britse filosoof Alain de Botton is een scherp observator van de tijdgeest. In zijn boek Statusangst beschrijft hij een gevoel dat velen herkennen: de angst om te falen, om niet succesvol genoeg te zijn. Er is altijd iemand met een betere baan, een groter huis, een mooiere auto. En altijd liggen recessie en ontslag op de loer. De Botton noemt diverse oorzaken van dit gevoel, maar biedt ook oplossingen, zoals een voorbeeld nemen aan de levensinstelling van bohémiens. De term bohémien stamt uit de negentiende eeuw en verwees oorspronkelijk naar zigeuners uit Midden-Europa. Maar al snel werd er een andere groep mee aangeduid: mensen van allerlei afkomst en opleiding, die op een of andere manier niet voldoen aan het burgerlijke en ‘succesvolle’ bestaan. Ze houden niet van regels of tradities, en hechten meer waarde aan kunst en vriendschap dan aan rijkdom. Vaak zijn het zelf kunstenaars. En dikwijls leiden ze een onconventioneel liefdesleven. Wat is de maatschappelijke waarde van bohémiens? Bieden zij inderdaad een wapen tegen statusangst? En is zo’n onconventioneel leven tegenwoordig nog haalbaar?

“Wanneer je het hebt over bohémiens, moet je onderscheid maken tussen mensen die zelf in hun levensonderhoud voorzien door betaald werk of eigen vermogen, en mensen die dat niet doen, doordat ze bijvoorbeeld een uitkering ontvangen.

“Als ze geen vermogen hebben waarover ze belasting betalen en ook niet werken, is dat maatschappelijk gezien een slecht idee. Het zorgt voor een disbalans, omdat ze wel profiteren van voorzieningen als zorg, rechtspraak, infrastructuur en onderwijs, maar er niet aan bijdragen. Het is natuurlijk een teken van beschaving om te zorgen voor hen die niet kunnen werken, zoals chronisch zieken, maar profiteren kan niet.

“Maar als bohémiens wel in hun levensonderhoud voorzien, is het uiteraard geen probleem. Mensen die meer tijd willen hebben om bijvoorbeeld een roman te schrijven, kunnen tijdelijk minder ander werk doen of een sabbatical nemen. Die mogelijkheden zijn er al binnen het huidige systeem. Ik zie het probleem van stress, statusangst of niet mee kunnen komen in een rat race dan ook als een individueel probleem, niet maatschappelijk. De beeldvorming daarover is eenzijdig: wij hebben veel vakanties, werken minder dan andere Europese volken en besteden ook meer tijd aan onze kinderen dan twintig jaar geleden.”

“Bohémiens proberen van hun leven zelf een kunstwerk maken door onconventioneel te leven. Ze studeren uit oprechte interesse, trekken veel met elkaar op en ontwikkelen een alternatieve levensstijl, ook ten aanzien van relaties.

“Dat is nog steeds relevant. Het klassieke huwelijk zorgt bijvoorbeeld voor nogal wat problemen. Mensen koesteren de illusie dat het voor eeuwig is, maar dat lukt meestal niet. Te hoge verwachtingen leiden tot vechtscheidingen, waarvan de kinderen de dupe zijn. Bohémiens bieden een alternatief. Denk aan de inspirerende liefdesvriendschap van Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre, waarin ze elkaar toestonden ook romances met anderen te beleven.


“Het belang van de bohémien ligt erin dat hij of zij een antwoord heeft op moedeloosheid en nihilisme, door nieuwe Levensdoelen te ontwerpen en nieuwe verhalen te vertellen over het goede leven. Het leven heeft wel degelijk zin, ook nu we niet meer in God geloven. Kunst, cultuur, vriendschap en vrijheid in de liefde maken dit leven de moeite waard.

“Daarnaast zijn bohémiens belangrijk omdat ze vaak kritisch zijn. Dat is belangrijk voor de ontwikkeling van ideeën en de vernieuwing van een maatschappij.

“Een aantal maatschappelijke ontwikkelingen maakt het tegenwoordig moeilijker om als bohémien te leven: overvolle agenda’s, weinig waardering voor alternatieve levensstijlen, sociale media die onze tijd opslokken. Bohémiens werken ook voor hun geld, maar zien dat niet als bepalend voor hun status. Naast werk om in leven te blijven willen zij tijd voor waardevolle immateriële zaken, zoals diepgaande reflectie op de wereld, creativiteit en vriendschap.”

“Mensen hebben tegenwoordig de neiging om te veel en te hard te werken. Wat we van bohémiens kunnen leren, is de tijd nemen om te reflecteren en afstand te nemen. Is het wel zinvol wat ik doe? Moet ik een andere weg inslaan? Dat komt de kwaliteit van ons werk ten goede. Ook parttime werken kan ervoor zorgen dat je de ruimte houdt om na te denken, en niet door een institutie wordt opgeslokt.

“Maar als ik kijk naar tegenwoordige bohémiens, valt me het volgende op. Ik ken dichters die geen betaalde baan hoeven te hebben doordat ze een rijke partner hebben of beurzen ontvangen. Ze wijden heel hun leven aan schrijven en nadenken. Maar wat ze produceren, is helemaal niet meer of beter dan dat van dichters die wel een drukke baan hebben! De beste dichter van dit moment, Nachoem Wijnberg, is hoogleraar economie en staat iedere dag om zes uur op om gedichten te schrijven. Als hij schrijft, kan hij de mallemolen van de universiteit even uitschakelen. Je hoeft echt niet je hele leven aan de literatuur te wijden om grootse werken te kunnen maken.


“Bohémiens in de negentiende eeuw hadden de moed om zich buiten het maatschappelijke leven te plaatsen, en gingen daar soms ook aan onderdoor. Tegenwoordig doen mensen dat ook nog wel, maar niet meer met volle overgave. De comfortabele dichter van nu is eerder een nep-bohémien. Ik heb me bijvoorbeeld ook verbaasd over de Occupy-beweging: veel mensen sympathiseerden ermee en wilden zich wel aansluiten, maar alleen als het hun goed uitkwam. Dat is dus geen werkelijk commitment om je leven vrij te maken voor een andere leefwijze en een andere maatschappij. Daarom was die hele beweging een illusie, voortgekomen uit nostalgie naar de protestbewegingen uit de jaren zestig. “

Isabelle Buhre