Sidderen voor China

Op 31 januari werd de Nederlandse staatsprijs voor de mensenrechten, de Mensenrechtentulp, uitgereikt aan een lege stoel. De winnares zit al tijden in de cel in Peking. Haar dochter werd vlak voor vertrek naar Den Haag ook opgepakt. Maar de Chinese regering bestraffend toespreken, ho maar. Reconstructie van een gênante geschiedenis. ‘Een minister vroeg: hebben jullie geen andere kandidaat?’

April 2011
In het voorjaar van 2011 komen minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) en de jury van de Mensen-rechtentulp bijeen. Voorzitter van de – onafhankelijke – jury is Cisca Dresselhuys, oud-hoofdredacteur van het feministische maandblad Opzij. De andere juryleden zijn voormalig Unilever-topman Antony Burgmans, emeritus hoogleraar Kinderrechten Jaap Doek, directeur van de mensenrechtenorganisatie Justitia et Pax Victor Scheffers en rabbijn Awraham Soetendorp. Aan de jury de taak om voor de vierde keer een winnaar aan te wijzen van de staatsprijs, die in 2008 door Rosenthals voorganger Maxime Verhagen (CDA) in het leven is geroepen ter ondersteuning van strijders voor de mensenrechten. Naast een beeldje krijgt de winnaar honderdduizend euro, te besteden aan een project naar keuze. In de voorgaande jaren werd de prijs toegekend aan Justine Masika Bihamba uit de Democratische Republiek Congo, Shadi Sadr uit Iran en Bertha Oliva uit Honduras. Tijdens de vergadering maakt Uri Rosenthal twee belangrijke wijzigingen bekend. Hij wil niet langer een shortlist van drie namen, zoals dat onder Verhagen gebruikelijk was, maar gewoon één naam. Dat is de winnaar. Daarnaast beperkt hij de invloed van de Nederlandse ambassades. Hadden zij in de voorgaande edities nog een belangrijke stem – ze mochten kandidaten nomineren –, dat is nu afgelopen. De minister wil een grotere afstand tussen zijn ministerie, waarvan de ambassades een verlengstuk zijn, en de Mensenrechtentulp. De juryleden concluderen dat Rosenthal veel minder persoonlijk betrokken is bij de prijs. En door de rol van de ambassades te schrappen, voorkomt de minister dat er een winnaar uit de bus kan rollen die door een Nederlandse ambassade en daarmee feitelijk door Buitenlandse Zaken zelf is voorgedragen. De vraag is of Rosenthal zich realiseert dat als hij nog maar één naam wil, die van de winnaar, er ook geen uitwijkmogelijk- heden meer zijn voor het geval dat die winnaar het ministerie op wat voor manier ook in een lastig pakket brengt. In april gaan de oproepen voor nominaties de deur uit. Iedereen die dat wil mag kandidaten voordragen, zo valt te lezen op de website van de Mensenrechtentulp. In de praktijk reageren vooral internationale mensenrechten-organisaties. Eind juni is de sluitingsdatum. Er komen 77 nominaties binnen. In 2010, toen ook de ambassades nog kandidaten mochten aandragen, waren dat er 174.
Juli en augustus
De secretaris van de jury, Chris Collier, is door de jury gemandateerd om een voorselectie te maken van vijftig genomineerden. De juryleden krijgen vervolgens alle informatie over die vijftig kandidaten en lezen gedurende de zomer alles door. Daar is Buitenlandse Zaken niet bij betrokken. Doordat de ambassades op afstand worden gehouden, kan de jury geen informatie bij hen inwinnen over de genomineerden.
Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

mijke pol