Minister Kwist, een feuilleton (14)

Zoals Kwist had verwacht, had het partijcongres van het CDA geen verrassingen opgeleverd. De conclusies van het Strategisch Beraad waren in hun samenhang natuurlijk een stuk milder en een stuk bleker dan menigeen had gevreesd of gehoopt op grond van die paar saillante punten die door zijn toedoen in de aanloop naar het congres waren gelekt in de media. Het had de leden geen enkele moeite gekost om ervoor te applaudisseren. En verder was het vooral een congres geweest voor de bühne. Een strak geregisseerde vertoning van saamhorigheid en optimisme. De machtsstrijd binnen de partij was volledig aan het zicht onttrokken. Voor de buitenwereld althans.

Maar Kwist was daar geweest om te zien wat de buitenwereld niet mocht zien. Hij had zijn ogen en oren opengehouden. En daarom was het voor hem wel degelijk een leerzaam congres geweest. De lezingen waren van geen enkel belang. Het ging om de pauzes, de gesprekken in de wandelgangen en tijdens de borrel na afloop. Wie sprak met wie en waarom? Wie probeerde met wie gezien te worden en wat was de reden dat de ander daar al dan niet van was gediend?
In de auto op de terugweg naar Den Haag deelde hij zijn bevindingen met José, zijn secretaresse, die hij had meegenomen vanwege haar scherpe intuïtie voor machtsverhoudingen.
“Bleker?” vroeg Kwist.
“Afgeserveerd,” zei José. “Nooit echt een serieuze kandidaat geweest. Dat weet jij ook.”
“Maar zag je hoe hij bij voortduring contact zocht met…”
“Met de afdelingen uit de provincie. Logisch. Maar daarmee gaat hij het niet redden.”
“We hebben toch nog steeds dat dossier?”
“Met al zijn halve en hele leugens. Aangevuld met materiaal uit besloten vergaderingen van het kabinet.”
“Dat moeten we blijven bijhouden. Voor alle zekerheid. Ik zet er een ambtenaar op. Kun jij misschien kiezen wie daarvoor het meest geschikt is?”
“Zal ik doen,” zei José. “Ik weet al iemand. En wat vond je van Verhagen zelf?”
“Hij hield zich zoveel mogelijk op de achtergrond. Precies zoals ik had verwacht.”
José knikte.
“Camiel Eurlings,” zei Kwist.
José knikte nog harder.
“Zag je hoe hij zijn best deed om zo min mogelijk gezien te worden in het gezelschap van Verhagen?”
“Maar zodra ze zich onbespied waanden, stonden ze samen te smoezen.”
“Ze gingen zelfs samen naar de wc.”
“Echt?”
“Ja, ik stond ernaast.”
“En konden ze toen nog wel?”
“Pas toen ik salueerde via de spiegel.”
Ze lachten.
“Maar ik wil je serieus iets vragen over iemand anders, José.”
“Jack de Vries.”
“Ja. Ik kan hem niet peilen. Ik begrijp zijn positie niet. Maar mijn instinct zegt me dat we hem niet moeten onderschatten.”
José knikte. “Met hem weet je het nooit,” zei ze. “Hij is een hyperintelligente man met een feilloos gevoel voor momentum. Hij snapt de media. Op dit moment zit hij af te wachten.”
“Jij hebt toch voor hem gewerkt, José?”
“Ik was zijn secretaresse bij Defensie.”
“Die van die affaire.”
“Hij werd in die tijd door sommigen in de partij gezien als een bedreiging. Omdat hij te dicht bij Balkenende stond. En hij was chanteerbaar. Ze hebben me gebruikt om hem ten val te brengen.”
“Wie? Verhagen?”
“Laten we het zo zeggen: mensen die werkten voor Verhagen.”
“En voor wie werk jij dan, José?” vroeg hij bij wijze van grap.
Ze glimlachte mysterieus. “Laten we het erop houden dat ook jij chanteerbaar bent, Ernest. Onthoud dat goed.” Ze keek hem aan en lachte. Ze gaf hem een zoen op zijn voorhoofd. “Daarom nemen we de volgende afslag,” zei ze. “Dan neem je me uit eten bij Le Bistroquet en dan gaan we daarna naar je pied-à-terre. Begrepen?”
Kwist knikte.  •

Klik hier, voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer