De koekhapcolonne

Uilskuiken van de week: Michiel Zonnevylle

Michiel Zonnevylle (61) is voorzitter van de Koninklijke Bond van Oranjeverenigingen, een functie die hij met grote toewijding uitoefent. Een Oranjevereniging is ook niet zomaar iets. ‘Hoeders van de sociale samenhang’ noemde hij ze in een interview met het AD.

De primaire taak van de ruim duizend bij zijn bond aangesloten Oranjeverenigingen zal het aansturen van koekhap-, ringsteek- en zakloopactiviteiten op Koninginnedag blijven; daar wil de voorzitter niet aan tornen. “Die in de ogen van sommigen oubollige activiteiten hóren er nu eenmaal bij,” zei hij in datzelfde interview.

Toch kan een moderne Oranjevereniging zoveel meer zijn dan dat. “Je ziet dat er de laatste jaren steeds meer sportieve elementen tijdens de feesten op het programma staan.” De Oranjevereniging in Leiderdorp, de gemeente waarvan hij tot voor kort burgemeester was, ging zover om ‘de culturele kring een lezing over Schoonhoven en de relatie van de Oranjes met zilver’ te laten geven.

Akkoord, ‘de grote Oranje-lijn’ moet worden behouden, maar toenemende betrokkenheid van Oranjeverenigingen bij 4 en 5 mei, de intocht van Sinterklaas en zelfs Kerst juicht hij alleen maar toe.

Vanwege dit enorme maatschappelijke belang is het onbegrijpelijk dat steeds minder gemeenten hun Oranjevereniging subsidiëren. Daarom ontwierp Zonnevylle twee jaar geleden ‘een communicatieplan’, waarmee zijn verenigingen de plaatselijke autoriteiten het vuur na aan de schenen kunnen leggen. “Ja, noem het lobbyen. Ga eens langs op de nieuwjaarsreceptie en laat de wethouders en raadsleden weten dat je er bent. Praat eens over subsidies.”


Vorige week haalde Zonnevylle opnieuw het nieuws. Ditmaal ging het om het volkslied. Als het aan Zonnevylle ligt, moeten alle basisschoolleerlingen het uit hun hoofd gaan leren. Niet het hele volkslied, alleen het eerste en zesde couplet, omdat die het bekendst zijn.Hoe Zonnevylle dit in de praktijk voor zich ziet, vertelde hij er niet bij. Mij lijkt dat hier een belangrijke taak voor die steeds relevantere Oranjeverenigingen is weggelegd. Zij kunnen bij toerbeurt scholen bezoeken en een kind uit de klas roepen om het te onderwerpen aan een gezongen overhoring van het Wilhelmus. Het Wilhelmus is onontbeerlijk in onze hypergeïndividualiseerde prestatiemaatschappij, meent Zonnevylle. “Het lied gaat er onder andere over hoe belangrijk het is dat we respect hebben voor elkaar.” Ik heb het Wilhelmus er nog eens op nagelezen; respect was ongeveer het laatste waar ik aan dacht. De nationale hymne is vooral een bloeddorstig epos vol Spanjaardenhaat, verder staat het bol van godsdienstwaanzin.

Misschien houdt Zonnevylle er een minder gangbare definitie van respect op na. Die indruk kreeg ik toen ik wat krantenartikelen las uit zijn tijd als burgemeester in Leiderdorp. De geboren Zeeuw die in Leiden rechten studeerde en lid werd van studentenweerbaarheid Pro Patria, wist de harten van zijn burgers nooit echt te veroveren.

De wijze waarop hij afscheid nam zal Leiderdorp niet snel vergeten. In april 2011 begon hij zijn spullen in dozen te doen, terwijl hij tot december officieel in functie was. Hij zag af van plichtplegingen en weigerde op het laatst raadsvergaderingen te leiden.

Zijn botte manieren van reageren was legendarisch. onder meer schoffeerde hij op bruuske wijze een bewoonster die tijdens een raadsvergadering van haar burgerspreekrecht gebruikmaakte. “In plaats van een onwennige burger, die vanuit oprechte zorg en vanuit integriteit bereid is in te spreken te helpen, heeft u haar op intimiderende wijze met procedurele argumenten van haar stuk gebracht,” schreef haar echtgenoot in een boze brief.


“Hij wil altijd het laatste woord hebben,” verklaarde Zonnevylles dochter in het Leidsch Dagblad. “Ik begrijp ook wel dat mensen moeite met hem hebben,” voegde zijn vrouw daar aan toe. We zijn nog niet verlost van Zonnevylle en zijn Oranjebond. Verplicht het Wilhelmus zingen zal een van de meer verlichte standpunten blijken te zijn.