De sadist in onszelf

Antoine de Kom ontleedt het kwaad in de mens aan de hand van een aantal schurken van het kaliber Eichmann, Nero en De Sade. In wezen hebben we allemaal een held en een verrader in ons, luidt de conclusie. Tja.

Eigenlijk ben ik niet zo dol op boeken waarvan het omslag je al bij de eerste druk toeschreeuwt dat je een meesterwerk in handen hebt. Het misdadige brein van Antoine de Kom is zo’n boek. Nog voordat één reguliere lezer het gelezen heeft en nog voordat er één recensie is verschenen, meldt advocaat Gerard Spong op de achterflap: “Genadeloos legt De Kom bloot dat macht, seks, en het brein, tezamen of in wisselende samenstelling, niet zelden een fatale combinatie vormen voor het kwaad.”

Krom en dikdoenerig Nederlands, maar in aantal adjectieven toch nog overtroffen door een citaat oud-minister Ernst Hirsch Ballin: “Antoine de Kom verkent stap voor stap hoe misdaad de mensheid tekent. Meekijkend met de scherpe blik van een ervaren psychiater komen wij adembenemend dicht bij de afgronden van het menselijk bestaan.”

Zo zo, denk je dan. Ga daar als eenvoudige leek maar eens aan staan. Niettemin ga ik dat toch proberen, want Het misdadige brein is helaas een mislukt boek. Geen genadeloos, fataal of een adembenemend mislukt boek, maar gewoon een boek dat de lezer veel minder geeft dan hem wordt beloofd. De auteur zal toch niet lijden aan pseudologia fantastica?

Antoine de Kom is een forensisch psychiater, iemand dus die de psychiatrie uitoefent in het kader van de rechtspraak. Een forensisch psychiater onderzoekt delinquenten op last van een gerechtelijke uitspraak. Hij probeert een beeld te schetsen van een misdadiger en geeft in het verlengde daarvan adviezen. Zijn invloed is niet te onderschatten, want menige rechter is in zijn oordeel afgegaan op de aanbevelingen van een forensisch psychiater. In het verleden zijn daarbij nogal wat ongelukken voorgekomen, en vandaar dat er tegenwoordig nogal wat rechtspsychologen en rechtsfilosofen zijn die weinig waardering kunnen opbrengen voor de forensisch psychiater. Daarbij vallen onder meer de namen van Wagenaar, Crombag, Van Koppen en Israëls. Ook de wetenschapsfilosoof Ton Derksen, die de zaak tegen Lucia de B. ontrafelde, kan de forensisch psychiater wel schieten.


De algemene kritiek op het werk van de forensisch psychiater luidt dat deze getuige-deskundige in zijn beschrijvingen van de delinquent veel te hoge ambities nastreeft. De conclusies zijn vaak op drijfzand gebaseerd, maar kunnen niettemin verstrekkende gevolgen hebben voor de veroordeelde.

De Kom was jarenlang verbonden aan het Pieter Baan Centrum, waar hij naar eigen zeggen spraakmakende delinquenten observeerde. In Nederland is de naam van het Pieter Baan Centrum al bijna even beroemd als die van Johan Cruijff, vooral vanwege het grote aantal gevluchte criminelen met een tbs-advies. Mogelijk is hun aantal relatief beschouwd helemaal niet zo hoog en gaat het voornamelijk om zaken die veel publiciteit krijgen. Om de kritiek het hoofd te bieden, heeft het Pieter Baan Centrum de koers wat verlegd en beschouwt men zich niet meer automatisch als het verlengstuk van de rechter.

In Het misdadige brein diagnosticeert De Kom tien ‘wereldberoemde misdadigers’. Het zou interessant zijn geweest als De Kom had geschreven over criminelen die hij ook echt had ontmoet in het PBC. Hij had de hoofdpersonen in zijn case histories onherkenbaar kunnen maken. Vanaf Freud hebben verschillende schrijvende psychiaters dat gedaan. Maar De Kom heeft dat uit privacy-overwegingen niet gewild. Of misschien heeft hij dat wel gewild, maar heeft hij voor zo’n publicatie geen toestemming gekregen.

Daarom heeft De Kom zijn criminele patiënten verzonnen. Althans: hij heeft verzonnen dat ze in zijn handen zijn gevallen. Dit zijn de tien: Hamlet, Nero, De Sade, Caesar, Bin Laden, Reinaert de Vos, Eichmann, Don Giovanni, miss Susanna du Plessis en Mugabe.

De lijst ziet er nogal willekeurig uit. De Sade en Don Giovanni waren misschien wel rare schuinsmarcheerders, maar geen zware misdadigers. Susanna du Plessis was een beruchte slavenhoudster in Suriname en Reinaert de Vos was een dier. Al deze personages worden min of meer geanalyseerd alsof ze in het Pieter Baan Centrum zitten.


Nu moet je een geweldige schrijver en ook een geweldige psychiater zijn om zo’n fictieve analyse tot een goed einde te brengen. Zelfs Freud is het bij Woodrow Wilson niet helemaal gelukt. (Volgens sommigen is het Freud in een aantal non-fictieve gevallen evenmin gelukt, maar dit terzijde.) Het resultaat bij De Kom is geen genadeloze blootlegging van het kwaad, maar iets wat smaakt naar slappe thee. Zo’n tien tot vijftien pagina’s per delinquent zijn er in dit boek overgebleven. De meeste portretten zeggen dan ook weinig pregnants. Wat De Kom bijvoorbeeld toevoegt aan de bestaande kennis over Eichmann is me niet duidelijk. Een dialoogje tussen E. en de psychiater:

“‘Ik hield oprecht van mijn vader. Ik zag tegen hem op.’

‘Hield u van uw stiefmoeder?’

‘Ik respecteerde haar. Ik heb geen kwaad woord over haar te zeggen.’

‘Het lijkt er sterk op dat u de dood van uw moeder onbewust wegschoof, negeerde, loochende.’

‘Ik was ergens wel op haar gesteld, zij stond mijn vader bij, hij heeft veel meegemaakt.'”

Zoiets levert geen inzichten op die je van je stoel doen vallen. Aan het slot van het gesprek leest de psychiater nog een passage voor uit Het Achterhuis van Anne Frank. De oorlogsmisdadiger ‘reageerde met een ijzige blik, maar was toch een tikkeltje geraakt’. Tja, en daar blijft het zo’n beetje bij.

Tijdens het proces in Jeruzalem zei Eichmann telkens: ” Im Sinne der Anklage nicht schuldig!” Velen hebben zich het hoofd gebroken over wat Eichmann daarmee bedoelde. Helaas vind je daarvan bij De Kom niets terug.

Je kunt er dit van zeggen en je kunt er dat van zeggen; je kunt er die kant mee uit, maar je kunt er ook de andere kant mee uit, dat is zo’n beetje de strekking van De Kom. Zijn analyse van De Sade is daarvan een goed voorbeeld. Dat de markies zwaar oversekst was, is op zichzelf ook niets nieuws. Sterker nog: dat was zijn handelsmerk. De psychiater noteert: “Verdachte heeft weliswaar enkele ‘desadaptieve’ persoonlijkheidstrekken die het vermogen tot actieve aanpassing in de omgang met anderen beperken, maar dat is geen echte stoornis en hij is ook naar mijn mening dan ook toerekeningsvatbaar. De trekken hebben hem niet in zijn keuzevrijheid beperkt. Hij had alle tijd en ruimte voor overweging. Hij wilde het ten laste gelegde plegen en had het ook kunnen nalaten.”


Enzovoort. Zo gaat het praktisch bij alle delinquenten die De Kom beschrijft. Als je stukjes analyse van de ene delinquent tussen de analyse van een andere delinquent plakt, zou niemand het merken.

De ondertitel van Het misdadige brein luidt: Over het kwaad in onszelf. Ook dat is een ambitie die niet wordt waargemaakt. Er wordt op dat gebied al zo veel geleuterd. We hebben allemaal een Eichmann in ons, een Nero en een Markies de Sade. In wezen zijn we allemaal sadisten, homoseksuelen, pedofielen of vleeseters. Ook hebben we allemaal een held en een verrader in ons. Enzovoort.

Ik heb niet veel op met zulk soort redeneren, maar nu ga ik even de sadist in mij uitlaten, want ik voel ineens de behoefte om iets verschrikkelijk af te kraken.

Antoine de Kom: ‘Het misdadige brein.’ Querido, €18,95.

Ook via ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Max Pam