Gimmicks en grappen

In zijn langverwachte tweede roman zet Robert Vuijsje het Circuit van BN’ers laconiek en overtuigend neer. Met een fijne bijrol voor een mental coach. ‘Wat is denken? Wat is gevoel?’

Een van Kurt Vonneguts acht schrijfregels was: “Elk personage moet iets willen, al is het maar een glas water.” Samuel Green, hoofdpersoon van Beste vriend, drinkt een glas water hoogstens als korte rustpauze tussen de eerste en de tweede fles champagne. Samuel (‘Sam’) stelt zich niet tevreden met simpele burgerlijke genoegens. Hij wil meer, hij heeft een missie, hij wil het hoogst haalbare in een mensenleven. Een glossy met zijn eigen naam.

Het is weer eens wat anders dan een relatie met een intellectuele negerin, de grootste wens van David Samuels, hoofdpersoon van Alleen maar nette mensen, Robert Vuijsjes hilarische, prikkelende en enorm succesvolle debuutroman uit 2008. Nu is daar de langverwachte tweede. Alleen maar nette mensen leunde zwaar op het originele thema, al is een origineel thema nooit genoeg om een geslaagd boek te schrijven. Hoe dan ook, de vraag was: kan Vuijsje het ook nu hij het unieke verhaal van de blanke jongen in de zwarte wereld al heeft verteld?

Het antwoord is ja. Maar het is een voorzichtig ja.

Sam Greens leven draait in de eerste plaats om Sam Green. Dan komt er een hele tijd niets, dan weer Sam Green, en dan, op respectabele afstand, zijn gezin. Sam heeft een Surinaamse vrouw, Venus, en een zoon, Sammie, van een jaar of zes. De relatie met Venus heeft duidelijk zijn beste tijd gehad, en hoewel Sam niet zonder zijn zoon kan, ziet hij hem regelmatig als obstakel op zijn weg naar De Glossy. Bijvoorbeeld als hij hem een keer van school moet halen: “Waarom moesten we allebei gaan als Sammie ook alleen door zijn moeder kon worden opgehaald? Ik was hier te belangrijk voor.”


Waarom Sam zo belangrijk is, is onduidelijk. We weten alleen dat hij in ‘de entertainmentindustrie’ zit, wat dat ook mag betekenen. Hij is een van die mensen die ooit beroemd zijn geworden en nu vooral beroemd zijn omdát ze beroemd zijn. Fulltime celebrity. Sams ‘werk’ komt vaak ter sprake, maar alleen in vage, abstracte termen. De inhoud doet er niet toe, laat Vuijsje keer op keer zien.

Het is een van de vele geslaagde gimmicks en grappen in het eerste deel van Beste vriend. In die eerste helft zet Vuijsje het circuit van hele en halve beroemdheden overtuigend neer, met precies de juiste afstandelijke toon. Geen expliciete oordelen, die laat hij aan de lezer, maar hij maakt het de lezer niet moeilijk om de belachelijkheid in te zien van de lancering van nieuwe drankjes of hippe kookboeken, de bijbehorende goodiebags, het schaamteloze likken en de ijdelheid.

Een fijne bijrol is weggelegd voor Sams mental coach en vriend Rocky.

“Volgens Rock werkte het zo: wanneer een mens iets moeilijks of belangrijks moet doen, komen er signalen naar de hersens die zorgen voor het gevoel dat nervositeit heet. Het bestaat niet echt, de nervositeit zit in je hoofd. ‘Wat is denken?’ vroeg hij. ‘Wat is gevoel?'”

Een goed voorbeeld van Vuijsjes stijl. Droge, korte, bijna kinderlijke zinnen, spreektaalachtig, een soepele afwisseling tussen directe en indirecte rede. Het grappige zit ‘m hier niet zozeer in wat Rock zegt, maar in Vuijsjes timing.

Na het eerste deel, getiteld ‘Entourages en gratis telefoons’, gaat het portret van een waanzinnig ijdele beroemdheid en zijn entourage langzaam over in een komisch gezinsdrama. Een roman over vaders en zonen. Sam wordt geconfronteerd met de negatieve gevolgen van zijn egomanie. Hoogste tijd, volkomen terecht, en toch blijf je sympathie voor hem houden. Hij is niet alleen maar oppervlakkig, laat Vuijsje al vanaf het begin doorschemeren, en ergens ziet Sam ook wel de onzin van zijn ambities en zijn omgeving in.


Maar er is veel voor nodig om hem echt wakker te schudden. Te veel. Net als in Alleen maar nette mensen, als de hoofdpersoon kapot gaat aan liefdesverdriet, zijn de dramatische passages ook dit keer de minst sterke van het boek. Vuijsjes laconieke stijl is dan te direct, te ongenuanceerd misschien, om de emotionele conflicten echt invoelbaar te maken.

Vlak voor het einde stelt Sam zichzelf allerlei kritische vragen, in een hoofdstuk getiteld ‘Wat moest ik doen?’ Het is een moment voor belangrijke keuzes en conclusies. Veel verder dan ‘ik wist het niet’ en ‘misschien’ komt Sam niet. Dat is misschien wel realistisch, maar het raakt je amper. Laconiek en onverschillig liggen dicht bij elkaar, en passages die pijnlijk of aangrijpend hadden moeten zijn doen net iets te vaak onverschillig aan.

Het einde zelf laat veel aan de verbeelding over, wat vooral jammer is omdat Vuijsje je iets ontneemt waar hij je in de rest van het boek steeds nieuwsgieriger naar maakt: het moment waarop Sam definitief niet meer terug kan, waarop hij met de onherroepelijke gevolgen van zijn impulsieve acties wordt geconfronteerd. Vuijsje onthoudt je ook maar het begin van een oplossing of een ontknoping. Het maakt Beste vriend tot een bevredigende roman met een onbevredigend einde.

Robert Vuijsje: Beste vriend.

Nijgh & Van Ditmar, €17,50.

Ook via ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Dries Muus