Ik Robert Vuijsje

Waarin de schrijver officieel de nieuwe Jan Cremer wordt.

Toeval of niet, het nieuwe boek van Robert Vuijsje met als thema ‘roem’ – volgens de auteur is roem de nieuwe religie – kwam zo’n beetje tegelijkertijd uit met een boek over het geslacht Vuijsje, een monografie van tante Marja. De nakomelingen van de 19de-eeuwse bakkersknecht Isaac Vuijsje beheersen een eeuw later de media, met als vermoedelijke hoogtepunt die vijfde week van 2012. Ironisch genoeg gaat het jongste boek van Robert over een man die bekend is om geen andere reden dan dat hij bekend is. Een status die beslist niet lichtvaardig moet worden opgevat, want er komt meer bij kijken dan de gewone sterveling denkt. Beroemdheid is kapitaal dat net als zeep slinkt in het dagelijkse gebruik, maar hoofdpersoon Sam Green kent als geen ander de technieken om dat kapitaal weer aan te vullen.

Wonderlijk is de wisselwerking tussen fictie en werkelijkheid. De vader van Sam Green lijkt losjes gebaseerd op Roberts vader Bert Vuijsje, maar de laatste verschilt op onderdelen van het romanpersonage. De vader heeft naar verluidt het manuscript mogen lezen, wat leidde tot diens onvergetelijke uitspraak die alle media haalde: “Dit boek had beter Louter leugens kunnen heten.” Daarmee trad de spreker in de voetsporen van die andere legendarische Nederlandse verfoeier van verzinsels: “‘De lucht is guur, en ’t is vier uur.’ Dat laat ik gelden, als het werkelijk guur en vier uur is. (-) De verzenmaker is door de guurheid van den eersten regel aan een vol uur gebonden. (-) Daar gaat hij dan aan ’t knoeien! Of het weer moet veranderd, óf de tijd. Eén van beide is dan gelogen.”

Op de presentatie van Beste vriend in de Amsterdamse Brasil Bar liepen heel wat van de achterkleinkinderen van Isaac Vuijsje rond. Al stonden ze zoals gebruikelijk niet in een kringetje bij elkaar. Aan Alex Vuijsje komt de eer toe van de beste omschrijving van zijn familie, al heeft hij die een beetje geleend van Jerry Seinfeld: “Vuijsjes zijn mensen die als ze naar een begrafenis gaan, liever in de kist liggen dan dat ze een toespraak moeten houden”. Maar wie een wandeling door de bar maakte, kwam ze uiteindelijk allemaal wel een keer tegen: oom Herman, broer Alex, stiefbroer Stefan, stiefmoeder Marianne en haar echtgenoot Bert. Binnen deze constellatie ging alle aandacht dit keer naar Robert, die zijn held Jan Cremer had gevraagd om het eerste exemplaar van Beste vriend aan te pakken. Want Robert had op z’n dertiende zoals alle puberjongens Ik Jan Cremer gelezen, en de opwinding die hem bij het lezen beving was tweeledig. Niet alleen wilde hij alles wat in het boek stond, hij wilde vooral zelf óók zo’n onverbiddelijk boek schrijven. En Cremer was de lulligste niet. Die kwam gewoon naar de Brasil Bar, pakte het boek aan en sprak achteloos maar gul: “Je bent een waardige opvolger.” Daarop verdween de oude held met zijn trouwe blonde mokkel, en waren robert en zijn voluptueuze cacaoboontje Lynn voor één nacht de koning en de koningin van de bellettrie. Tot de barman de tapkraan dichtdraaide, maar dat was ver na middernacht.

Jan Zandbergen