Laatste meesterwerk

In 1995 maakten ze met Steal Away al eerder een album vol spirituals, hymnen en volksliedjes. Het unieke contrabasgeluid van Charlie Haden, het pianistische meesterschap van Hank Jones en diep menselijke muziek leverden destijds een bescheiden meesterwerk op. Voor de opnamen van Come Sunday troffen beide éminences grises elkaar in februari 2010, drie maanden voordat Jones op 91-jarige leeftijd overleed, nog een keertje.

De muziek is ditmaal minder jazzy, blijft dichter bij de originelen, maar is daarom niet minder betoverend. Iedere song heeft wel een verhaal. Over het lied Going Home valt het meeste te vertellen. Geen naam van een componist of tekstdichter achter deze spiritual, maar, zoals bij nog vijf van de veertien tracks, de toevoeging ‘traditional’. Dat is opmerkelijk. Wij horen toch echt de melodie van het largo van Dvoáks negende symfonie. De Tsjechische componist componeerde dit werk in Amerika en liet zich inderdaad inspireren door de volksmuziek van de Indianen en de Afro-Amerikanen.

Dvoák was directeur van het National Conservatory in New York, en Harry Burleigh, een student die later bekend werd als de eerste invloedrijke zwarte componist, zong daar vaak traditionele spirituals aan hem voor. Die invloeden kwamen terecht in Dvoáks negende, die daardoor de bijnaam ‘Uit de Nieuwe Wereld’ kreeg. Er is echter geen enkel bewijs dat de melodie van het largo door Dvoák letterlijk werd overgenomen. De tsjechische componist heeft altijd gesteld dat alle thema’s aan zijn eigen brein ontsproten. Wel staat vast dat ‘het largo’ door een andere student, William Arms Fisher, werd bewerkt tot de spiritual Going Home. De manier waarop Hank Jones die spiritual speelt, overstijgt alle genres: wijs, doorleefd en breekbaar – precies zoals de mens Jones óók was. Charlie Haden op zijn beurt lijkt maar bezig met één ding: zichzelf wegcijferen. En er is niemand die dat zo mooi kan als hij.

Ruud Meijer