Opoeliedjes

Paul McCartneys liefde voor het Great American Songbook-repertoire was in de jaren zestig al terug te horen in Beatles-songs als Yesterday, Michelle en Here, There and Everywhere. Dit tot grote ergernis van John Lennon, die publiekelijk afstand nam van dit soort, dat hij ‘granny songs’ noemde. Ruim dertig jaar na Lennons dood durft McCartney het aan om met Kisses on the Bottom een heel album aan zijn ‘guilty pleasures’ te wijden. Begeleid door pianiste Diana Krall en haar orkest opent McCartney met I’m Gonna Sit Right Down and Write Myself a Letter van Fats Waller, een olijk nummer, waarin we horen dat de ex-Beatle de term granny song net iets té letterlijk neemt: hij zingt onherkenbaar hoog en zacht, zodat hij daadwerkelijk als een omaatje klinkt. Hij doet dat in bijna alle songs, behalve in de twee die hij zelf schreef: het mooie My Valentine en het mierzoete Only Our Hearts – dáár laat hij horen dat hij nog steeds mooi en zuiver kan zingen.

Maar zo’n heel album vol opoeliedjes: het is eigenlijk niet om dóór te komen. John Lennon draait zich om in zijn graf – en wij draaien een rondje met hem mee.

Ruud Meijer