Schande, echt waar

Ik weet het: de rayonhoofden en de wakken en mogelijke ijstransplantaties, en de files en de NS en zoveel geannuleerde vluchten op Schiphol en binnenkort de eenden die te weinig eten hebben en daarna weer te veel omdat u opeens allemaal de broodzakken leegt, en dan bevriezen straks de aardappels op de velden en de boerenkool raakt op en Erik Hulzebosch raakt zijn stem kwijt en Amalia blijkt onder het pseudoniem Van de Buren ook ingeschreven te zijn en…

Maar de echt belangrijke zaken, die vindt u deze week ook in HP/De Tijd. Zaken om u serieus kwaad over te maken. Zaken waar je eerder Kamervragen over zou willen horen dan over gebrekkige NS-communicatie of verwaarloosde pony’s.

Zaken die je als rechtgeaard democraat en Nederlander doen afvragen wat echt belangrijk is in dit leven. Wat en wie we zijn en moeten zijn: koopman of dominee? Aloude dilemma’s die gelukkig af en toe om harde antwoorden vragen.

Zoals: moeten we, als we een mensenrechtenprijs instellen, die toekennen aan iemand die hem verdient? Je zou toch zeggen van wel. Anders kun je die prijs net zo goed niet instellen. En als je die dan toekent aan een heldin in een ver en moeilijk land, iemand die lijf en leden in de waagschaal stelt voor haar onderdrukte medemensen, is het dan zaak om daar als minister van Buitenlandse Zaken ook achter te gaan staan?

Wat vindt u?

We wonen in een land dat roemrucht is geworden doordat het zijn waarschuwende vingertje naar de grote mogendheden van deze wereld durfde te heffen. We zijn daar vaak om geridiculiseerd. Nederland waarschuwt China voor de laatste keer! Haha. Wij van de pers doen daar zelf ook vaak aan mee, ik geef het grif toe. Maar er zijn momenten dat de ernst het moet winnen van de luim. Dat het loont om je rug te rechten. Al was het maar om een schoon geweten te kunnen hebben. Dit is er een, in dit verhaal over de Mensenrechtentulp dat wij u deze week brengen. Een tot op de bodem uitgezocht klein drama rond een Chinese activiste, die een Nederlandse prijs kreeg voor haar dappere werk. En vervolgens door ons eigen ministerie van Buitenlandse Zaken in de steek werd gelaten. Zo simpel is het. En een schande is het.


f.poorthuis@hpdetijd.nl

@FrankPoorthuis

Het zal u wellicht niet zijn ontgaan dat er dezer dagen in verschillende media wordt bericht dat wij overwegen een maandblad te worden. We houden ervan om onze abonnees altijd als eerste te vertellen wat er met hun tijdschrift gebeurt, dus het is jammer dat het nu lijkt alsof we achter de feiten aan lopen.

Maar het is nog niet zo ver. Als hoofdredacteur van dit prachtige blad kan ik u wel melden dat we inderdaad onderzoeken of we niet beter een maandblad kunnen worden. Maar dat gaan we alleen doen als we alle feiten op een rijtje hebben.

Onze uitgever heeft een stevig bedrag beschikbaar gesteld om HP/De Tijd toekomstbestendig te maken. Daarvan kunnen we zelfs nieuwe redacteuren aantrekken, een ongekende luxe in onze sector.

We onderzoeken hoe we in deze moeilijke markt nieuwe manieren kunnen vinden om de lezer te bereiken. Het zal u niet verbazen dat we daarbij naast papier ook heel nadrukkelijk kijken naar digitale verschijningsvormen. Wij zijn zeer blij met deze investeringen en het vertrouwen dat de uitgever hiermee in onze titel laat zien. Wij zien een grote toekomst voor dit blad en deze titel, dus wanhoop niet. We houden u van alle serieuze ontwikkelingen op de hoogte.

Frank Poorthuis