De glans van Kamp

Als minister van Sociale Zaken lijkt Henk Kamp op zijn plek: de uitkeringsmaterie is lekker ingewikkeld, en dat ligt de dossiervretende control freak uit Twente wel. Aan de Kamer laat hij zich soms weinig gelegen liggen.

Toen de VVD, enkele jaren geleden nog maar, ten onder dreigde te gaan aan de machtsstrijd tussen Mark Rutte en Rita Verdonk, waren er liberalen van naam die serieus dachten aan Henk Kamp als alternatief. Destijds was hij minister van Defensie, en dat deed hij niet alleen tamelijk soepel, maar ook in gesprekjes op tv of in het politieke café begon hij op te vallen met zijn bondige manier van praten, zijn beheersing en, niet in de laatste plaats, zijn tamelijk onversneden rechtse geluid over met name de islam. Uiteindelijk werd Kamp geen politiek leider maar, na een korte stop op Bonaire als regeringsfunctionaris, minister van Sociale Zaken.

Van zijn in die tijd verkregen glans is weinig verloren gegaan, zo blijkt als we hem tegenover de Kamer zien in een debat over de UWV en aanverwante zaken. Nog steeds hakt hij zijn woorden ter plekke uit graniet. Nooit is hij vaag. Hooguit belooft hij een keer nog eens ergens naar te kijken, maar de goede verstaander weet dat hij niet van zijn standpunt zal afwijken.

Henk Kamp is een dossiervreter, een control freak. Interview de man, schrijf zijn woorden desnoods letterlijk over van de cassetteband, maar als hij de tekst ter autorisatie krijgt voorgelegd, herschrijft hij gerust de hele boel. Dat gedrag heeft iets manisch, alsof Henk Kamp, de selfmade man uit Zutphen, bang is voor die ene fout, die ene misstap waaruit zijn totale onkunde en zijn eenvoudige achtergrond (havo, opleiding tot belastinginspecteur) zou blijken.

Sociale Zaken is hem op het lijf geschreven, en niet alleen vanwege de gedetailleerdheid van de uitkeringswetgeving. Dit dossier vormt de kern van de verzorgingsstaat, die onder druk staat vanwege onder andere de vergrijzing en toenemende werkloosheid. Extra moeilijk wordt het als Sociale Zaken mee moet bezuinigen, overeenkomstig de afspraken in het regeerakkoord. Een bezuiniging op Sociale Zaken is algauw een bezuiniging op het UWV, de overkoepelende uitkeringsinstantie waar nationwide meer dan negentienduizend mensen werken (ter vergelijking: op het departement van SoZaWe werken 2300 mensen) die iets meer dan een miljoen uitkeringsgerechtigden bedienen. Kamp mag de in zijn ogen steevast overvragende Kamer graag voorhouden dat er gekort moet worden op het UWV en op hoogte en duur van de uitkeringen. Want als we dat nu nalaten, is er voor volgende generaties werklozen geen geld meer voor uitkeringen. Is dat wat de Kamer wil? Nee natuurlijk, waarna de strijd zich richt op een onsje meer hier en een onsje minder daar. Kamp vindt het allemaal best, wetende dat de hoofdlijn, zijn hoofdlijn, niet wordt verlaten. Diep in hun hart lijken de partijen die claimen op te komen voor de zwaksten in de samenleving, ook wel te weten dat de man een punt heeft. Maar ze kunnen dat moeilijk ruiterlijk erkennen.


Er gaat veel fout bij het UWV, meldde de Nationale Ombudsman laatst, maar Henk Kamp ziet in de kritiek juist ‘een kans’. De Kamer rilt van afschuw over zo veel holle retoriek, maar Kamp heeft niet de intentie zaken te verbloemen of te verfraaien. Van kritiek kun je leren, is zijn stelling, al moet je alles wel in perspectief blijven zien: de klachten tegen het UWV nemen de laatste jaren flink af en steeds vaker worden ze ongegrond verklaard.

De Kamer heeft onlangs een motie aangenomen van het GroenLinks-lid Jesse Klaver, die het UWV voortaan de vrijheid geeft zelf te bepalen of cliënten eventueel ten onrechte uitgekeerd geld terug moeten betalen. Nu is het UWV wettelijk verplicht dergelijk geld terug te vragen, op straffe van boetes dan wel strafrechtelijke vervolging. Maar Henk Kamp zal die aangenomen motie niet uitvoeren. Een wonderlijke situatie, vindt Monique Hamers van de PvdA terecht. De Kamer, nee: de democratie, zou overbodig raken als alle bewindslieden voortaan aangenomen moties naast zich neer zouden leggen. Kamp evenwel houdt vol dat het UWV al genoeg mogelijkheden heeft om geld terug te vorderen dan wel te laten behouden. Uitvoering van de motie-Klaver veroorzaakt zijns inziens ‘verdere juridisering’ en niemand zit te wachten op de bureaucratie die je daar gratis bij krijgt.

Na afloop van het debat vragen we Jesse Klaver wat hem en zijn collega’s te doen staat. Een motie van wantrouwen is een te sterk wapen, en, zegt Klaver, Kamp is ook geen beroerde minister met wie nu eens mooi afgerekend kan worden.


De motie-Klaver zal vervat worden in een amendement en ingediend worden bij een nog nader te bepalen ander wetsvoorstel. Dan zal Henk Kamp de motie alsnog moeten uitvoeren, zegt Klaver.

Overigens behoort Jesse Klaver met zijn collega Tofik Dibi tot de meer getalenteerde parlementariërs. Klaver is pas 25 jaar, maar, en het was ons eerder opgevallen, hij is ter zake kundig en praat net zo makkelijk mee met de grote jongens en meisjes uit de Kamer. Bovendien draagt hij van die Jort Kelder-pakken met te korte broekspijpen en strak gesneden Italiaanse jasjes. Je hoeft geen profeet te zijn om te zien dat Klaver of Dibi het binnen afzienbare tijd overnemen van de voortsukkelende Jolanda Sap, de huidige fractieleider van GroenLinks. Klaver daarover: “Dat is allemaal niet aan de orde bij mij. Ik heb andere dromen. Bijvoorbeeld de komende jaren mede richting te geven aan nieuwe, progressieve politiek die het tijdsbeeld gaat bepalen. Uiteraard hoort daarbij dat GroenLinks regeringsverantwoordelijkheid gaat dragen.” Volgt hij dan wellicht ooit Henk Kamp op als minister van Sociale Zaken? “Geen idee. Ik ben nog zo jong, heb het gevoel dat ik nog zo veel moet leren. Maar de liefde voor de politiek is groot en wordt steeds groter, merk ik.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook