In alles de hork

De eerste keer dat ze een vliegtuig van dichtbij zag, was toen ze erin vervoerd werd naar Nederland. Ze had een Oekraiëns paspoort, een dikke stroblonde vlecht en hoop op een beter leven. Via een huwelijksbureau had ze een Nederlandse man leren kennen. Hij betaalde haar ticket naar Schiphol. De aankomsthal en het leven dat daarna zou volgen, maakte haar zo zenuwachtig dat het uren duurde voor het luchthavenpersoneel haar had gekalmeerd. De man wachtte haar op met een ongemakkelijke glimlach, dertig jaar levensverschil en een fles shampoo.

Het was voor hem makkelijker om al jaren duizenden euro’s te besteden aan internetdating, warrige chatsessies en rommelige affaires met Oost-Europese meisjes dan om te bedenken dat een flacon l’Oréal niet meteen de beste binnenkomer is.

Je mag dan misschien uit een dorp van gestampte aarde komen en een afstandsbediening als luxueus beschouwen, je weet dat je meer waard bent dan wat vloeibare zeep. Toen moest ze er ook nog achterkomen dat hij vegetariër was.

Ook op minder dramatische schaal toont de Nederlandse man zich een hork. Een vriendin had na een zwangerschap en een scheiding de nodige aarzeling te overwinnen om zich weer bloot te geven aan een man. Na maanden van verlang en gedraal gingen dan eindelijk de kleren uit. “O, je hebt geen setje aan. Jammer,” was zijn eerste reactie. Ik kan u verzekeren, beste lezer, dat haar lichaam meer rechtvaardigde dan een denigrerende opmerking over drie driehoekjes stof.

Die onfatsoenlijkheid eenzijdig aan de man toeschrijven, is te eenvoudig. Natuurlijk, deuren openhouden, restaurantrekeningen betalen en spugen in een kwispedoor hebben hun beste tijd gehad. Veel van de etiquette was immers niet meer dan een protocollaire verlenging van de gezagsverhoudingen. Als burgerman kocht je min of meer een vrouw. In ruil voor wat goede sier kon je discreet vreemdgaan en jezelf onthouden van de opvoeding. Met het verdampen van die transactie is ook heel wat ritualistisch geneuzel verdwenen. Terecht.

Maar wat is er voor in de plaats gekomen? Een rommelig stukje braakliggende grond. Versieren bestaat uit dubieuze opmerkingen, opgestoken Facebook-duimpjes en pogingen als: “Deed het pijn?” “Waar heb je het over?” “Of het pijn deed toen je uit de hemel viel.” Ja, die heb ik ook nog gebruikt horen worden door vijfentwintigplussers. Al is het tegenwoordig meer van: “Fotografie is een van mijn hobby’s. Al begint het semi-professioneel te worden. Je hebt een bijzonder gezicht. Niet traditioneel mooi, maar… Wil je eens voor me poseren?”


Mijn opa leerde mijn oma kennen toen hun families met dat doel een dineetje hadden georganiseerd. Ze zijn zestig jaar samen geweest. Nee, ik geloof niet in gearrangeerde huwelijken. Maar tussen bruidskist en fotoblog liggen te veel lege flessen shampoo en rafelige slipjes.

Thomas Blondeau