Oman

Onder het motto: ‘laten we ook eens over de grens kijken’ vliegen we deze week naar Oman. Denkbeeldig, uiteraard, want zo ruim is ons budget ook weer niet. Dat ligt anders bij onze koningin, die met enige regelmaat een bezoekje aan het land brengt – met alle ophef van dien. Want Oman is een repressief en streng islamitisch land, waar Beatrix een hóófddoek om moet binden bij het betreden van een moskee.

Maar economisch gaat het er fantástisch, en Beatrix kan er het kleine broertje van de Rotterdamse haven bezoeken: die van Sohar, voor de helft eigendom van die Nederlandse haven.

Oman is, net als het nabijgelegen Dubai, een hypermodern land, met loeistrakke snelwegen waar de Omanieten in glimmende four-wheel drives overheen rijden, en reusachtige supermarkten waar zelfs Goudse kaas en Bertolli-saus te koop zijn. De Omanieten verdienen fatsoenlijke salarissen met werk bij de overheid, in de olie-industrie of in de groeiende private sector. En ze hoeven geen belasting te betalen. Gezondheidszorg is gratis, onderwijs ook, zoals in bijna alle Golfstaten.

Maar hoe lang kan Oman zich zulks nog permitteren? De staatskas is nog goed gevuld met oliedollars, maar als we de voorspellingen van specialisten mogen geloven, is de olievoorraad over twintig jaar zo goed als op. Daar heeft sultan Qaboos, die in 1970 middels een geweldloze coup zijn aartsconservatieve vader opzij schoof, iets op verzonnen: met zijn omvangrijke ‘omaniseringsproject’ dwingt hij Omanieten actief te worden in de sectoren waar nu nog een omvangrijke groep gastarbeiders (een kwart van de 3,8 miljoen zielen tellende bevolking ) werkt. Dat is even slikken voor de jonge, hoogopgeleide Omaanse bevolking, die niet staat te springen om rotzooi van de straat te prikken, restaurants te runnen (zelfs de traditional Omani restaurants worden nu bestierd door Aziaten), plantsoenen bij te knippen en luxe hotels uit de grond stampen die het toerisme moeten bevorderen.

Ook de haven van Sohar doet aan omanisering. Er werken nu twaalf Nederlanders en dat zullen er steeds minder worden. Maar Nederlandse bedrijven zijn meer dan welkom, laat André Toet, de CEO van de haven, weten vanuit Oman. “Grote internationale bedrijven hebben zich inmiddels op het haventerrein gevestigd of zijn dat van plan. Dat levert goede contacten op voor de haven in Rotterdam. Een Nederlands bedrijf, Steinweg (dat investeert in kranen, uitrusting en loodsen – IdZ), doet al goede zaken in Sohar. Ik nodig bij dezen graag Nederlandse bedrijven uit hier te komen kijken.”