Visite van Alexander

Dankzij Alexander Pechtold, die een jaar of vijf geleden – zijn partij was op sterven na dood – besloot gericht campagne te gaan voeren tegen Geert Wilders, zijn D66 en de PVV elkaars tegenpolen geworden. Toch is dat minder logisch dan het inmiddels lijkt. D66 en de PVV hebben namelijk wel degelijk een paar dingen gemeen. Zo zijn beide partijen feitelijk afsplitsingen van de VVD, want onder de founding fathers van zowel D66 als PVV wemelde het van dakloos geraakte liberalen. Denk aan de in 1966 uitde VVD gestapte Hans Gruijters, later de initiatiefnemer van D66, en aan de in 2004 uit de VVD gestapte Geert Wilders, later de initiatiefnemer van de PVV.

Een andere overeenkomst is dat beide partijen door de buitenwereld niet bepaald met open armen werden ontvangen. D66 kreeg aanvankelijk het etiket ‘boerenpartij voor intellectuelen’ opgeplakt en werd ervan verdacht de Nederlandse politiek te willen ‘veramerikaniseren’. Het partijbestuur van de CPN meende in 1969 zelfs dat er redenen waren om de Democraten op één lijn te stellen met de NSB. Zoals bekend overkwam de PVV al vele malen hetzelfde.

Een andere overeenkomst tussen D66 en de PVV betreft de omstandigheid dat de electorale aantrekkingskracht van beide partijen in beslissende mate lijkt te worden bepaald door de persoon van de partijleider. De vele ups en downs van D66 laten zich zo verklaren (met Hans van Mierlo en Jan Terlouw als grootste succesnummers), terwijl voor de PVV geldt dat niemand zich die partij kan voorstellen zonder Wilders. Laten we tot slot ook niet onvermeld laten dat D66 en de PVV het op het toch niet onbelangrijke punt van de staatkundige vernieuwing roerend eens zijn: vóór de gekozen minister-president, vóór gekozen burgemeesters, vóór afschaffing van de Eerste Kamer, vóór een louter ceremonieel koningschap.

Aangezien Pechtold zich al enkele jaren succesvol profileert als de vleesgeworden anti-Wilders, hoefde niemand erop te rekenen dat bovenstaande raakpunten terecht zouden komen in een door de D66-leider geschreven boek over de PVV. Soit. Maar het gekozen alternatief overtuigt ook niet erg. Pechtold namelijk gaat in Henk, Ingrid en Alexander op bezoek bij veertien PVV-stemmers. Hij praat met ze over politiek, drinkt een paar koppen koffie met ze (in een enkel geval zelfs een biertje), waarna Pechtold huiswaarts keert en vaststelt dat zijn gesprekspartners ‘om diverse redenen’ op Wilders stemmen en dat het ‘belangrijk is om met elkaar in gesprek te blijven’. Want ‘alleen door het democratische debat scherp en met lef te voeren’ komen we ‘uit de houdgreep van het populisme’.


Wat je dan van de weeromstuit denkt is: stel dat Wilders op bezoek was gegaan bij veertien D66-stemmers en dat hij daarna in Laurens Jan, Lousewies en Geert had geconcludeerd dat we alleen met scherp debatteren uit de houdgreep van de politiek correcte kerk kunnen geraken, zouden we daar dan – al was het maar heel eventjes – verbaasd van hebben opgekeken?

Op 9 maart verschijnen de verzamelde politieke, culturele en literaire beschouwingen van Hans van Mierlo in boekvorm. Dat wordt vast en zeker een mooiere aanwinst voor de boekenplank met D66-publicaties.

Alexander Pechtold: Henk, Ingrid en Alexander. Bert Bakker, € 14,95. Ook via ako.nl.

Roelof Bouwman