Klimaatkunde of klimaatkul?

Kort geleden laaide de discussie over de opwarming van de aarde weer op door een artikel van geleerde klimaatsceptici in The Wall Street Journal. Voor de argeloze burger is het amper nog te volgen: warmt de aarde nu op door de mens of niet? Tijd voor een ‘bullshitdetector’ om zin en onzin in het klimaatdebat te scheiden.

Lange tijd was het simpel: iedereen legde zich erbij neer dat degene die het langst en het hardst voor iets had doorgeleerd, tevens het meest gezaghebbend was. Dan ging het meestal om een professor, want dat was iemand met een lange academische loopbaan in een vakgebied dat voor leken amper viel te doorgronden. Als de professor sprak, dan sprak hij dus vaak het laatste woord. Die tijd is voorbij. Een professor is veelal gewoon iemand met een mening. Aan de tafel van De Wereld Draait Door zit hij tegenover Britt Dekker of Yvon Jaspers, en naar hun inzichten wordt even aandachtig geluisterd. Wie nog mocht beweren dat professoren soms meer recht van spreken hebben dan een ander, kan erop rekenen dat hij de naam Diederik Stapel om de oren krijgt geslingerd. Was die ook niet ooit een autoriteit op zijn vakgebied? En zijn er ook geen voorbeelden van hoogleraren die zich voor het karretje van de industrie laten spannen? Professoren blijken gewoon mensen die in de valkuil van hun eigen eerzucht kunnen trappen. Wat ook meespeelt: veel informatie waarover voorheen alleen onderzoekers beschikten, is nu vrijelijk toegankelijk op internet. Iedereen die een punt wil maken, al beweert hij dat de aarde plat is, kan daarvoor selectief op zoek gaan naar munitie en het resultaat vervolgens presenteren als een nieuwe waarheid. Talloze leken die zich er op deze wijze van hebben laten overtuigen dat de overheid ons wil hersenspoelen door vanuit vliegtuigen met chemicaliën te sproeien, dat het Witte Huis achter de aanslagen van 11 september zit en dat Barack Obama een reptiel van een andere planeet is (dit alles is niet zelf bedacht, googelt u maar). Ook het klimaatdebat wordt allang niet meer uitsluitend gevoerd door mensen die ervoor hebben doorgeleerd en op de podia die daarvoor ooit waren bedoeld. Zie de ingezonden brief van een aantal Amerikaanse klimaatsceptici in The Wall Street Journal, die vorige week werd doorgeplaatst in de Volkskrant. Alarmisten, sceptici en alles wat ertussenin zit roeren daarin de trom. We kunnen het de gemiddelde krantenlezer – en zéker de gemiddelde internettuurder – niet kwalijk nemen dat hij soms even de weg kwijt is. Draagt de mens nu bij aan de opwarming van de aarde of niet? Zo ja, hoeveel? Zo nee, wat is er dán aan de hand? Daarom hieronder een bescheiden bullshitdetector om klimaatberichten in de media en op internet op waarde te kunnen schatten. Eerst even iets over wetenschappers in het algemeen. De meeste onderzoekers zijn, heus waar, te druk met onderzoeken om internet vol te tikken met gewichtige theorieën. Ze gebruiken in elk geval geen schreeuwerige koppen, geen uitroeptekens, geen vetgedrukte woorden en plaatsen geen YouTube-links in hun stukken. Echte onderzoekers publiceren geen nieuwe gegevens op webfora of in een blog. Het is dodelijk saai, maar wetenschappers maken resultaten nu eenmaal slechts bekend in gortdroge wetenschappelijke tijdschriften. Om die artikelen op waarde te kunnen schatten en in de juiste context te plaatsen, zijn kennis en oefening nodig. De taal is taai, grafieken moet je kunnen lezen en het vergt statistisch inzicht om te kunnen beoordelen of het onderzoek wel goed is uitgevoerd.
Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

mark traa