Minister Kwist, een feuilleton (16)

Het was een gevaarlijk dubbelspel. Kwist besefte dat terdege. En tegelijkertijd bezorgden die woorden ‘gevaarlijk dubbelspel’ hem een glimlach op het gezicht. Hij keek naar zichzelf in de spiegel. Die glimlach kon ook worden geïnterpreteerd als een vervaarlijke grijns. Hij was veranderd.

De goedmoedige minister Ernest Kwist van het kleinste en minst belangrijke departement, die zich eigenlijk bij zijn aantreden had voorgenomen om met het nemen van zo min mogelijk beslissingen en het vermijden van elke vorm van aandacht zonder kleerscheuren het einde van zijn ambtstermijn te halen, was in de ban geraakt van het politieke spel waarin hij zonder aanvankelijke opzet verzeild was geraakt. Hij genoot. In zijn hoofd klonken de stemmen van zijn vrouw en zijn geweten die hem probeerden de waarschuwen dat hij aan het wegzakken was in het verraderlijke drijfzand van de pure machtspolitiek waarvan hij zich voorheen altijd verre had gehouden, verstandig als hij was. Maar die waarschuwende stemmen versterkten zijn genot alleen maar, zoals een kind door een onweerstaanbare magneet wordt aangetrokken tot datgene wat zijn moeder hem heeft verboden omdat het te gevaarlijk is. Hij keek nogmaals in de spiegel. Hij leek zelfs langer geworden.

In het diepste geheim maakte Kwist een afspraak met Geert Wilders, de grote gedoger van het kabinet waarvan hij deel uitmaakte, de splijtzwam van het CDA, de boeman van de linkervleugel waar Kwist zijn bondgenoten rekruteerde onder de vijanden van Maxime Verhagen. Kwist en Wilders zagen elkaar op de gebruikelijke geheime locatie in Den Haag: bij Bodega De Posthoorn op het Voorhout. De bitterballen smaakten aanzienlijk beter dan de vorige keer, toen ze elkaar hadden ontmoet om een oplossing te vinden voor die kwestie rond dat Angolese jongetje dat moest worden uitgezet. Op een bepaalde manier konden ze het persoonlijk goed met elkaar vinden. En Wilders was een loyaal man. Hij was niet vergeten dat Kwist bij die netelige kwestie een elegante oplossing had bedacht die het kabinet had gered. Hoewel ze in politiek opzicht tegenstanders waren, opgesloten in het verstandshuwelijk van de gedoogconstructie, vertrouwden ze elkaar. Als mannen die elkaar recht in de ogen durven te kijken.

“Wat wil je van me, Ernest?”
“Ik wil je waarschuwen.”
“Ik heb het al gezien.”
“Je grote vriend Maxime gaat dwarsliggen, Geert.”
“Geen extra bezuinigingen zonder hervormingen.”
“En je begrijpt waarom hij dat zegt.”
“Ik begrijp het precies, Ernest. Het is die partij van jullie. Dat onding van een CDA. Met leden die dwarsliggen, vleugels, stromingen en tegendraadse prominenten. Vind je het gek dat ik geen partij wil?”
Kwist glimlachte. Hij nam nog een bitterbal.
“Verhagen probeert het vertrouwen van de linkervleugel te herstellen. Dat is zijn enige kans om te overleven. En inderdaad maak ik me daar zorgen over, Ernest, dat heb je goed begrepen. Maar wat is je suggestie? Wat zou jij doen in mijn geval?”
“Wijs hem terecht.”
“Wat bedoel je?”
“Je moet het machtswoord spreken.”
“Dat ik anders het kabinet opblaas? Bedoel je dat, Ernest?”
“Ja. Maar in nog fermere bewoordingen uitgedrukt. Verhagen moet begrijpen dat hij geen enkele speelruimte heeft. Anders is het hek van de dam.”
“Je hebt gelijk, Ernest. Ik zal een tweet versturen. Zoiets als: ‘CDA moet PVV wensen respecteren’.”
“Het CDA moet een toontje lager zingen.”
“Briljant! Ik stuur hem meteen.” Hij sloeg Kwist op zijn schouder. “Ik mag jou wel, Ernest. Ik mag jou wel, weet je dat?”
“We zijn een team,” zei Kwist. Hij glimlachte. Het was gelukt. Verhagen zou woedend zijn. En op deze manier zou hij Wilders en Verhagen langzamerhand uit elkaar spelen en de positie van Verhagen steeds verder verzwakken. Hij bestelde een glas sherry.
“Proost,” zei hij grijnzend. 

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer