‘Bleek, grauw gezicht. Zwarte, vormeloze schoenen’

‘Het rampzalige beleid van Job Cohen’ is de ondertitel van een verhaal van redacteur Roelof Bouwman (HP/De Tijd, 5 november 2004) over de onwil/onmacht van Job Cohen, dan nog burgemeester van Amsterdam, om de problemen in zijn stad aan te pakken. Een belangrijk probleem: de intimidatie van onschuldige Amsterdammers door Marokkaanse hangjongeren. Cohen doet er te laat iets aan, en wát hij doet, is volgens Bouwman ontoereikend.

Na analyse van een reeks mediaoptredens en toespraken van Cohen spreekt hij van een ‘façade van inschattingsfouten, uitvluchten en drogredeneringen’ waarachter de burgemeester zich verschool. “Allochtone Amsterdammers kunnen het zo gek niet maken of Cohen wil met ze ‘in gesprek’, ‘in contact’ of ‘in dialoog’ blijven – het aantal synoniemen dat hij ervoor heeft bedacht, wordt zelfs door Van Dale niet overtroffen.” Saillant detail: kort na verschijning van dit nummer wordt Theo van Gogh vermoord door Mohammed Bouyeri.

In een persoonlijke open brief trekt medewerker Hans van Willigenburg van leer (HP/De Tijd, 26 maart 2010) tegen Job Cohen, die dan inmiddels PvdA-lijsttrekker is. ‘Beste Job’ is zijn aanhef. Hij gaat in op de hooggespannen verwachtingen van het leiderschap van Cohen, die ‘net als Barack Obama de potentie heeft om zelfs bij vijandige groepen kiezers een snaar te raken’. Maar dat gaat tegenvallen, zo luidt de voorspelling. “We hebben nu geen verdediger nodig, maar een aanvaller! Niet iemand die oude zekerheden nieuw leven inblaast, maar die nieuwe creëert! Een ondernemer, dus. Als het kan een visionair. Iemand die burgers niet wéér behandelt als losgeslagen wezens die nodig moeten gaan knuffelen, maar als volwassen, zelfdenkende individuen die, mits in de juiste richting opgejut, een nieuwe Renaissance van Nederland tot stand kunnen brengen.”

Het is een half jaar na Cohens aantreden als partijleider wanneer HP/De Tijd (27 augustus 2010) een eerste balans opmaakt. Ditmaal niet op eigen gezag, maar aan de hand van uitspraken van politici en opinieleiders. “Mijn gevoel is dat Cohen niet erg happy is in Den Haag. Dit is niet zijn biotoop. Hij voelt zich niet thuis in de Haagse slangenkuil. Cohen is een bestuurder, geen oppositieleider,” zegt partijgenoot Bram Peper met vooruitziende blik. Opiniepeiler Maurice de Hond vat de eerste zes maanden van Cohens partijleiderschap samen in één woord: jammer. Marco Pastors, dan nog fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, wil de PvdA onder Cohen echter niet meteen afschrijven. “Het is met de PvdA net als met een horrorfilm. Als je denkt dat je het met ze hebt gehad, staan ze toch weer op uit het graf.”


“Zie hem gaan door de gangen van Den Haag: gebogen, traag, bijna schuifelend, dicht bij de muren, alsof hij houvast zoekt. Het donkerbruine pak valt ruim, de vuurrode stropdas is te opzichtig. Bleek, grauw gezicht. Zwarte, vormeloze schoenen, gelukkig geen Mephisto’s. Een verlegen knikje in het voorbijgaan. Job Cohen lijdt – en er lijkt geen einde aan te komen.” Zo begint redacteur Frans van Deijl een artikel (HP/De Tijd, 3 juni 2011) waarin politici, weliswaar anoniem, aan de poten van de PvdA-leider zagen. “Job is gecast voor een andere film,” aldus een collega-fractievoorzitter. “Maar de film ging niet door en nu zit hij hier in een andere rol. (-) Soms heb ik met hem te doen.” De hoop is gevestigd op jonge talenten als Diederik Samsom en Martijn van Dam. Maar die hullen zich in stilzwijgen.

De aanwezigheid van Job Cohen, 64 jaar oud, staat de loopbaan van menig jongere PvdA’er in de weg. Dat is de portee van een artikel van Roelof Bouwman in HP/De Tijd van 23 september 2011, kort nadat Cohen te kennen heeft gegeven ook bij volgende verkiezingen weer lijsttrekker te willen worden. In het uiterste geval kan het tot 2019 duren voordat er een nieuw hoofd op de verkiezingsaffiches van de PvdA prijkt, zo leert een rekensom. Cohen is dan 71 jaar. Het betekent dat de kansen van de vijftigers Van der Laan, Plasterk, Timmermans, Aboutaleb en Koenders, om er maar een paar te noemen, zijn verkeken. Want zij gaan natuurlijk niet wachten op hun kans in 2019. Hetzelfde geldt voor de jongere aanwas. Gedoodverfde kroonprinsen als Asscher, Samsom en Dijsselbloem vormen straks misschien wel een ‘lost generation’. Vroeger ging dat trouwens niet anders, constateert Bouwman. “Maar de kroonprinsen van Joop den Uyl konden tenminste nog over zichzelf zeggen dat ze waren verpieterd in de schaduw van een machtige eik. De kroonprinsen van Cohen rest straks wellicht weinig anders dan de constatering dat daar in hun geval slechts een bonsaiboompje voor nodig was.” | MT