De erfenis van Hu

Xi Jinping treedt aan in een China waar de economie nog altijd groeit, zij het iets minder onstuimig, en de mensenrechten niet echt worden gewaarborgd. Bovendien is het land zich tot de tanden aan het bewapenen. Onder de huidige president, Hu Jintao, werd het land vorig jaar de op een na grootste economie ter wereld, na de Verenigde Staten. Jarenlang groeide de economie rond de 10 procent per jaar, in 2010 zelfs met 10,3 procent. Maar de daling is ingezet: in 2011 kwam het Chinese groeicijfer op 9,2 procent uit. Dat komt deels doordat er door de crisis in het Westen minder vraag is naar Chinese producten.

Ook de Chinese defensie-uitgaven zijn tijdens Hu’s regeerperiode flink omhooggegaan. Het militaire budget steeg de afgelopen tien jaar jaarlijks met 12 procent. Tegen 2015 zal het budget 238 miljard dollar bedragen, een verdubbeling ten opzichte van het niveau van vorig jaar.

De mensenrechten zijn onder Hu niet verbeterd, en dat is zacht uitgedrukt. In de onrustige westelijke regio Xinjiang houdt Peking scherp de vinger aan de pols, en in Tibet treedt het leger keihard op. China arresteert sinds februari 2011, toen de Arabische Lente begon, dissidente intellectuelen en journalisten die oproepen tot dezelfde rechten en vrijheden als in het Midden-Oosten. Een prominente arrestant was Ai Weiwei, die vorig jaar juni op borgtocht vrijkwam. Onder Xi zal ook op dit vlak geen andere koers worden ingeslagen.

Xi zal wellicht meer onrust erven. Tijdens de grote demonstratie in de noordoostelijke stad Dalian in augustus vorig jaar eisten inwoners massaal de sluiting van een chemische fabriek. Die eis hebben de plaatselijke autoriteiten uiteindelijk ingewilligd. Dat zou anderen ook op het idee kunnen brengen om te gaan demonstreren. Chinezen zijn sowieso minder tevreden omdat het leven voor hen snel duurder is geworden. Wat dat aangaat, is het niet ongunstig dat de onstuimige economische groei aan het afremmen is, want daardoor stabiliseren de voedselprijzen.

Xi zal verder ongetwijfeld trots toekijken wanneer, als vervolg op de lancering afgelopen september van het Hemels Paleis (prozaïscher genaamd: ruimtelaboratorium Tiangong-1) halverwege dit jaar een ontmoeting tussen twee ruimtevaartuigen plaatsvindt, bij wijze van oefening voor het bouwen van een ruimtestation. Van dat kunststukje mogen de VS en Rusland dan misschien nauwelijks opkijken, het maakt China wel tot de enige natie naast Rusland die deze technologie in huis heeft, nu het space shuttleprogramma van de VS deels is geannuleerd. Daarbij is het zeer waarschijnlijk dat onder de bemanning zich de eerste vrouwelijke Chinese astronaut zal bevinden. Annemiek Huijerman


(Bronnen: The Economist, Foreign Policy, NRC, chinasquare.be)